In de zomer trekken veel mensen eropuit voor een welverdiende vakantie. Het is waardevol en soms zelfs noodzakelijk om de dagelijkse drukte te onderbreken. Een andere omgeving, of die nu dichtbij huis is of ver weg, helpt daarbij. Vaak zoeken we in deze periode juist de natuur op. Vakantie is een tijd om tot rust te komen, aandacht voor elkaar te hebben en om even afstand te nemen van het gewone. Het biedt ruimte voor verwondering over de schepping die ons is toevertrouwd.

Afgelopen zomer hadden we als gezin het voorrecht om onze vakantie deels door te brengen op IJsland. We maakten een rondreis en genoten van bergen, watervallen, lavavelden, bloemen, walvissen en papegaaiduikers. Hoewel ik een bezoek van harte kan aanbevelen, is het niet mijn bedoeling om een uitgebreid reisverslag te geven maar wil ik enkele persoonlijke indrukken delen die raken aan het geloof.

Land van ijs, vuur en stilte
IJsland is een land van contrasten. Het landschap bestaat uit vuur en ijs: actieve vulkanen, borrelende heetwaterbronnen en lavavelden liggen naast uitgestrekte gletsjers, watervallen en kristalheldere meren. Het ligt net onder de poolcirkel met zomers met eindeloos licht en winters waarin de nacht overheerst en het noorderlicht danst aan de hemel. De natuur is indrukwekkend maar ook overweldigend stil. IJsland is 2½ keer groter dan Nederland maar er wonen maar 390.000 mensen. Grote delen zijn onbewoond waardoor je je nietig voelt tussen al dat natuurschoon.

De eerste bewoners
IJsland staat bekend als land van de Vikingen. Vanaf 870 reisden Noorse Vikingen naar het land om er te wonen. Het waren alleen niet de eerste bewoners; in de zevende eeuw reisden Keltische monniken naar verre oorden om in afzondering God te zoeken in eenzaamheid, gebed en contemplatie. Ze zochten afgelegen eilanden of ruige kustgebieden, ver weg van wereldse afleiding. Ze vestigden zich op IJsland waar op dat moment nog geen mensen woonden.

Goðafoss
Een van de meest indrukwekkende elementen van het landschap zijn de watervallen. Een van de mooiste is de Goðafoss, wat ‘waterval van de goden’ betekent. Deze waterval is niet alleen adembenemend, maar speelt ook een bijzondere rol in de christelijke geschiedenis van IJsland.
Rond het jaar 1000 stond IJsland op een kruispunt. Tot dan toe volgde het eiland het oude Noorse geloof met goden als Thor en Odin, maar het christendom kreeg meer invloed. De oplopende spanningen tussen heidenen en christenen dreigden het land te verdelen. Om een burgeroorlog te voorkomen, besloot het Alþingi, het IJslandse parlement, dat één man het laatste woord zou hebben: Þorgeir Ljósvetningagoði. Þorgeir trok zich terug, wikkelde zich in een dierenhuid en lag een volle dag en nacht stil in diepe overdenking. Toen hij weer tevoorschijn kwam, sprak hij uit dat IJsland voortaan een christelijk land zou zijn. Wat dit moment nog krachtiger maakte, was het symbolische gebaar dat Þorgeir daarna maakte: hij verzamelde zijn eigen afgodsbeelden en gooide ze in de waterval. Daarmee gaf hij niet alleen een politiek besluit vorm, maar toonde hij ook zijn persoonlijke overgave. Sindsdien draagt de waterval de naam Goðafoss, de waterval van de goden, als blijvende herinnering aan dat historische moment van bekering en verandering.

Þingvellir
Het bovenstaande besluit werd genomen in het hart van IJsland. Het heeft de naam Þingvellir (je spreekt het uit als Thingvellir), een vlakte van bijzondere betekenis. Hier kwam in het jaar 930 het eerste parlement ter wereld bijeen: het Alþingi. Tot op de dag van vandaag is het een belangrijke plaats waar IJsland buitenlandse politici ontvangt. De reden voor deze locatie is niet toevallig: het was een heilige plek. Þingvellir is geografisch gezien een van de meest bijzondere plekken in IJsland door de unieke combinatie van geologie en geschiedenis. Þingvellir ligt precies op de grens van twee tektonische platen: de Noord-Amerikaanse plaat en de Euraziatische plaat. Dit maakt het een van de weinige plekken op aarde waar je boven de zeespiegel tussen twee continenten kunt staan. De platen schuiven elk jaar ongeveer twee centimeter uit elkaar. Hierdoor ontstaan scheuren, kloven en valleien, waarvan de bekendste de Almannagjá-kloof is. Een bijzondere plek om te bezoeken.

Walvissen en papegaaiduikers
In IJsland kunt je papegaaiduikers zien, grappige fotogenieke vogels met een felgekleurde snavel, én echte walvissen. Vooral die laatsten maakten veel

indruk. Het is bijzonder om zulke grote dieren in het echt te zien, in hun eigen leefomgeving. Je moet wel goed zoeken en soms lang wachten. Wij hadden geluk en zagen er best veel. Bijzonder was het toen we in de avond langs het fjord zaten en we ze zagen spuiten en voorbijzwemmen. Het gaf het gevoel dat we op hún terrein waren. Ze komen niet langs in ónze leefomgeving maar we mogen bij hén op bezoek gaan. Het allermooiste was het moment dat we een bultrug zagen die opeens helemaal uit het water sprong en met zijn grote staart op de zee sloeg. Hij leek te spelen of misschien te jagen. Dat moment vergeten we nooit meer.

Jökulsárlón
Het Jökulsárlón is een van de meest betoverende plekken van IJsland. Het is een gletsjermeer aan de rand van de Vatnajökull, Europa’s grootste ijskap. Op het spiegelgladde water drijven immense ijsblokken, afgebroken van de gletsjer, langzaam richting zee. De stilte wordt slechts doorbroken door het kraken van ijs en het klotsen van smeltwater. De schoonheid is overweldigend: het licht speelt met het ijs, dat blauwig, wit of zelfs kristalhelder oplicht in de zon. Het heeft echter ook een schaduw; dat je dit nu zo goed kunt zien komt omdat het meer gestaag groeit. Niet omdat de natuur zich uitbreidt, maar omdat de gletsjer zich steeds verder terugtrekt. Op die manier is de Jökulsárlón aan de ene kant een wonder van de schepping maar ook een stille getuige van klimaatverandering.

God en de schepping
Je kunt in IJsland volop genieten van de schoonheid van de schepping. Toch viel het op dat IJslanders op een andere manier naar hun omgeving kijken. De vulkanen, gletsjers en het onvoorspelbare weer zijn niet alleen indrukwekkend, maar ook bedreigend. De natuur is geen decor, maar een krachtige en soms gevaarlijke tegenstander.

Het is dan ook begrijpelijk dat de eerste bewoners van IJsland het weer en de natuurkrachten nauw verbonden aan hun godenwereld. Na de komst van het christendom bleef die diepgewortelde eerbied voor de natuur bestaan. IJslandse christenen vertonen in hun geloofsbeleving opvallende overeenkomsten met de Keltische spiritualiteit: een manier van geloven die doortrokken is van de schepping, waarin Gods aanwezigheid wordt gezocht en gevierd in wind, vuur, ijs en stilte. Een spiritualiteit die zowel inspirerend als leerzaam is.

Nu de zomer voor de deur staat, wens ik ons allemaal toe dat we mogen loslaten wat ons bezighoudt. Om tot rust komen en stil te worden om opnieuw geraakt te worden door de schoonheid van de schepping en door Hem die alles heeft gemaakt.

Henk Boerman
Henk Boerman is missionair ouderling in de wijk Schenkel en werkt voor de IZB. Hij heeft preekbevoegdheid en gaat voor in kerkdiensten.