Onlangs is de jaarlijkse Nobelprijs voor Vrede uitgereikt aan de Venezolaanse oppositieleider Maria Corina Machado. Het is een prijs die wordt toegekend aan mensen die zich verdienstelijk hebben gemaakt bij de bevordering van de vrede. Ook Desmond Tutu ontving deze prijs voor zijn inspanningen in de strijd tegen de apartheid in 1984.
Tutu is een man die zijn gehele leven heeft moeten vechten tegen discriminatie op vele gebieden, maar nooit opgaf het goede en christelijke na te streven. Zijn vertrouwen in de mensheid was enorm groot en zijn vrolijkheid en vreugde maakte dat iedereen die hem ontmoette onder de indruk was van zijn mens zijn. Een mens is volgens hem een sociaal wezen, die anderen nodig heeft om mens te zijn. We kunnen niet zonder elkaar.

Vredestichter
Desmond Mpilo Tutu werd op 7 oktober 1931 geboren in Klerksdorp in de Zuid-Afrikaanse provincie Transvaal. Hij stamt af van de Xhosa en de Tswana. Het Zuid-Afrika waarin hij werd geboren, was een samenleving van gescheiden werelden. Apartheid, het uitgangspunt van de regering maakte dat iedere bevolkingsgroep gescheiden werd gehouden van de andere. `Zwarte Afrikanen`, 68 procent van de bevolking, moesten gaan wonen op 13 procent van het land. Europees onderwijs werd zinloos geacht voor zwarte kinderen, het zou te hoog zijn en zij mochten toch niet deelnemen aan de `blanke beschaving.` Dit veroorzaakte spanning en woede.

Tutu werd geboren in een arm onderwijzersgezin. Zijn broer Sipho stierf bij de geboorte en Desmond kreeg daarom de naam Mpilo, leven. Hij was een echte township-jongen. Door polio hing ook zijn leven aan een zijden draadje en als zestienjarige was hij anderhalf jaar ziek door tbc. Omdat er geen geld was voor een studie geneeskunde, koos hij voor het leraarschap, maar omdat hij zich daarin niet kon ontwikkelen ging hij na twee jaar een theologische opleiding volgen in Johannesburg. Hij trouwde in 1955 met Leah. Zij kregen samen vier kinderen. In 1960 werd hij tot priester gewijd en in 1962 kreeg hij de mogelijkheid om in Londen theologie te studeren.

In Londen voelden de Tutu`s zich vrij; er was wel racisme, maar zij werden er niet aan blootgesteld. De tijd in Engeland hielp hem om de bitterheid jegens blanken en gevoelens van raciale minderwaardigheid van zich af te schudden; hij overwon zijn gewoonte om automatisch voorrang te geven aan blanken. In 1966 verhuisden zij een tijdje naar Oost-Jeruzalem en keerden daarna terug naar Zuid-Afrika, waar hij les ging geven aan de universiteit. Daarna werd hij deken van de St. Mary`s Cathedral in Johannesburg en vervolgens bisschop van Lesotho. Van 1978 tot 1985 was hij algemeen secretaris van de Zuid-Afrikaanse Raad van Kerken. Hij was een fel tegenstander van het apartheidssysteem van Zuid-Afrika en waarschuwde de regering van The National Party dat woede over apartheid zou leiden tot raciaal geweld. Maar hij benadrukte als activist om geweldloos te protesteren en door middel van buitenlandse economische druk algemeen kiesrecht te verkrijgen.

In 1985 werd Tutu de eerste zwarte bisschop van Johannesburg en in 1986 aartsbisschop van Kaapstad, de hoogste positie in de Anglicaanse hiërarchie in zuidelijk Afrika. Nadat Mandela in 1990 vrij kwam en een multiraciale democratie werd ingevoerd, poneerde hij het concept van regenboog natie, waarin de vele volken van Zuid-Afrika in vrede zouden samenleven. In 2007 was hij co-stichter van The Elders, een raad van oud-wereldleiders met het doel om wereldwijde problemen op te lossen. Na de val van de apartheid voerde hij campagne voor homorechten en sprak hij zich uit over veel zaken, zoals zijn kritiek op de Zuid-Afrikaanse presidenten Mbeki en Zuma, zijn verzet tegen de oorlog in Irak en het beschrijven van de behandeling van Palestijnen door Israël als apartheid. Ook zette hij zich in voor het klimaat.

In zijn ontmoetingen met de Dalai Lama (ook een Nobelprijs voor Vrede-winnaar) in India wordt duidelijk dat zij zich bezig hielden met dezelfde onderwerpen: vrede, vreugde en geluk voor iedereen . Zij bespreken de acht pijlers van vreugde. Met vier daarvan is de geest gemoeid; perspectief, nederigheid, humor en acceptatie. De andere vier zijn eigenschappen van het hart: vergeving, dankbaarheid, compassie en edelmoedigheid. Hun vriendschap was zeer speciaal en in hun ontmoetingen hielden zij ervan elkaar met plagerijtjes te bestoken.
In 2010 trok Tutu zich terug uit het openbare leven, maar hij bleef zich uitspreken over talloze onderwerpen waar hij het niet eens mee was. In 2017 veroordeelde hij de beslissing van president Trump om Jeruzalem tot hoofdstad van Israël te verklaren en in 2020 riep hij in een artikel in The Guardian de Amerikaanse president Biden op tot het stopzetten van financiële hulp aan Israël, omdat het land kernwapens had.

Tutu stierf op 26 december 2021 op 90-jarige leeftijd aan kanker in Kaapstad. Gedurende enkele dagen voor de begrafenis luidde om 12.00 uur de St. George’s Cathedral elke dag 10 minuten lang zijn klokken en werden diverse nationale monumenten, waaronder de Tafelberg, paars verlicht. Op 1 januari 2022 werd er een uitvaartmis gehouden in de kathedraal, waar door de coronamaatregelen maar 100 mensen aanwezig mochten zijn bij de plechtigheid.
Tutu was een priester die de townships kende en met zijn voeten in de modder stond. En die door volharding en studie zich ontwikkelde tot een geleerd leider, die onverbloemd de waarheid sprak, onrecht benoemde, sprak over armoede, huisvestingsproblemen en onderwijs, maar vertrouwen bleef houden in de mensheid. Een ware Nobelprijs-winnaar voor de Vrede.

Joukje van der Kaaden

Bronnen: Moderne Profeten van Kees van Ekris, Wikipedia, Het Boek van Vreugde van Douglas Abrams