De weken voor Kerst brengen een bijzondere spanning met zich mee. Een deel van de wereld lijkt al in feeststemming, of doet hard zijn best in die stemming te geraken: lichtjes, muziek in de winkels, drukte in agenda’s, cadeaus en gerechten uitzoeken. Tegelijk wordt voor anderen juist de schaduwkant van het leven scherper zichtbaar: lege plekken die pijnlijk voelbaar blijven, zorgen die zich niet laten wegduwen, vrede die in de verte lijkt te liggen, of eenzaamheid die zich juist rond de feestdagen sterker aandient.

En ergens daartussenin bewegen wij ons als kerk in deze weken van Advent: weken van verwachting. Een tijd die ons stilzet en uitnodigt te luisteren naar oude woorden die ook vandaag iets willen openbreken.

De profeet Jesaja sprak zijn woorden in een tijd vol spanning, oorlog en geweld. Een tijd waarin het volk het zicht op God dreigde te verliezen en waarin de toekomst onzeker en donker aanvoelde. In díe situatie klinkt de belofte van een schitterend licht: ‘U leeft in het donker, maar zult het licht weer zien!’ In de Bijbel staat licht voor de aanwezigheid van God zelf en daarmee klinkt hier de belofte dat God bij ons zal zijn.
Van licht dat altijd terugkomt – hoe donker het ook is. Dát mag u verwachten!

Toch is dat niet eenvoudig. Verwachten heeft ook iets in zich van uithouden in het donker, het uithouden met het ‘nog-niet’. Advent dringt zich niet op als een vrolijke reclameperiode. Het is eerder een oefening: een tijd waarin we mogen leren leven met verlangen, met ruimte voor gemis, rust nemen voor Gods stille nabijheid.

Wij hoeven in ons wachten in elk geval niet te doen alsof Jezus opnieuw als baby ter wereld komt. Zijn geboorte zo lang geleden herinnert ons er wel aan hoe God ingrijpt: onverwacht, kwetsbaar, en zo anders dan wij zouden bedenken. God kiest de weg van nabijheid, van eenvoud en van menselijkheid. Daarom nodigt Advent ons uit onze blik te richten en gevoelig te worden voor tekenen van licht. Iets van Zijn liefde op te merken in momenten van stilte, in een onverwachte ontmoeting, in zorg die wordt gegeven of ontvangen, in een woord dat oplicht, in moed die je ineens weer vindt.

Advent nodigt ons uit om te leven vanuit de verwachting dat Jezus elke dag opnieuw bij ons wil komen en bij ons wil zijn. Niet alleen in het grote en bijzondere, maar juist in het kleine, kwetsbare en dagelijkse. En daagt ons uit om zelf ook licht-brengers te zijn in het leven van een ander: Jezus’ licht en liefde door te geven.

Advent is niet het uitzien naar een perfect kerstfeest, en geen belofte dat alle duisternis hier en nu verdwijnt. Maar wel dat God ín die duisternis afdaalt, aanwezig is in ons bestaan zoals het werkelijk is. En dat Zijn licht – soms zacht, soms onverwacht – opnieuw kan beginnen te glanzen.

Onze hunkerende ogen
blijven op één doel gericht,
op de opgang uit den hoge,
de verschijning van het licht.
(Liedboek 449)

Heleen Molenaar