Er is jou, mens, gezegd wat goed is, je weet wat de Heer van je wil: niets anders dan recht te doen, trouw te betrachten en nederig de weg te gaan van je God. (Micha 6:8)

Nog even en het is weer zover: in veel van onze kerken klinken er weer profetische woorden in de adventstijd. Woorden van hoop, licht, een nieuwe toekomst. Van God die zijn volk niet is vergeten. De andere, stekelige kant van de profeten komt soms wel, maar vaak ook niet aan de orde. De profeet Natan die David komt confronteren met zijn overspel met Batseba. De profeet Elia die het te stellen heeft met koning Achab.

Of de profeet Amos, die de elite in Jeruzalem goed de mantel uitveegt. Omdat het zo confronterend kan zijn, lezen we het soms liever niet. Als werkdefinitie van wat een profeet is, zou je kunnen zeggen: een profeet is iemand die in zijn eigen tijd opnieuw de wet van God komt uitleggen. In de rode draad door het eerste testament heen zien we telkens dat Israël nadat het eenmaal het beloofde land is binnen getrokken, zij grote moeite heeft te herinneren welk verbond ze ooit sloten met de Heer die hen had bevrijd uit Egypte. Omdat zij zo goed weten hoe het is bevrijd te zijn uit de slavernij, dienen ze op God te vertrouwen en te zorgen voor de weduwen, de wezen en de vreemdelingen.

Ze waren zelf immers ook ooit niet meer dan slaven die werden bevrijd. En, zolang Israël er erg in houdt dat het God was die hen had bevrijd en aan wie ze toen en nog altijd hun bestaan de danken hadden, lieten de profeten niets van zich horen. Dan wist het volk namelijk ook van delen, van ieder zijn deel. Zolang de priesters en de koningen hun plaats kennen en hun werk doen, zijn de profeten niet nodig. Maar, als de barmhartigheid wordt vergeten, als er geen recht meer wordt gedaan en men niet meer trouw is, hoor je hun stem steeds opnieuw.

Op het moment dat deze meditatie wordt geschreven, is de marathonkerkdienst in buurt en kerkhuis Bethel te Den Haag haar tweede week ingegaan. Daarin verblijft het Armeens christelijke gezin Tamrazyan, waarvan dochter Hayarpi het bekendste gezinslid is. Middels een marathonkerkdienst hoopt men de dienst terugkeer en vertrek buiten de deur te houden en het gezin tijdelijk rust te geven tot er een oplossing wordt gevonden voor de moeilijke situatie.

Dominee Rikko Voorberg en dominee Axel Wicke zijn namens dit kerkasiel naar buiten getreden vanwege de profetische overtuiging dat de kerk hier een verantwoording heeft ten opzichte van de overheid. Ze herinneren ons er aan dat ook wij ons hele bestaan, ons leven zelf, te danken hebben aan God en wij mede daarom een plaats dienen te bieden aan de vreemdeling die in ons midden is. De oproep van Micha om recht te doen betekent in dit geval dus niet per definitie gehoorzaamheid aan de overheid. De kerk verheft haar stem omwille van degene wiens stem niet wordt gehoord. Tegelijkertijd is de schrijnende werkelijkheid dat zij die de weg naar de media weten en hun stem versterkt zien worden ‘geluk’ kunnen hebben. Intussen klinken daarom steeds sterkere stemmen om voor al de 400 kinderen waar dit voor geldt een kinderpardonregeling te treffen.

Ook plaatselijk vinden er diverse initiatieven plaats om bij de burgerlijke gemeentes het kinderpardon op de agenda te zetten en hen ertoe aan te zetten zich als kinderpardongemeente te verklaren. Dit kunt u steunen door uw plaatselijke petitie te steunen via www.degoedezaak.org. Omdat de weduwen, de wezen en de vreemdelingen onze zorg verdienen. Omdat we ons hele bestaan niet te danken hebben aan eigen hard werken, maar uit Gods hand. Ds. Ruben Schep