‘Zou een artikel over de kerstpot van het Leger des Heils leuk zijn?’ werd er in de commissie hoofdartikelen gevraagd. Nu was ik (ds. Dora Hoekstra) ooit op een receptie in een café in Elburg in de kersttijd. Daar liep ik letterlijk een oud studiegenote tegen het lijf. In uniform met een schattig hoedje. Zij schreef de volgende tekst voor u.

Mijn naam is Heleen A. Buitelaar en ik ben al ruim 37 jaar werkzaam als officier van het Leger des Heils. Sinds juni 2017 als korpsofficier (voorganger) van de kerkelijke gemeente van het Leger des Heils in Elburg. Dit is overigens de tweede keer dat ik hier geplaatst ben; de eerste keer was van 2003- 2010. Ja, zo gaat dat in het Leger des Heils. je kiest niet zelf waar en in welke functie je wilt werken. Al is er tegenwoordig wel meer inspraak dan vroeger het geval was.

Voor mij was dit loslaten van je zelfbeschikkingsrecht best wel een dingetje. Ik ben namelijk opgevoed in de Gereformeerde Kerk te Maasland, gedoopt op de 11e dag en heel bewust belijdenis gedaan op min 19de. Het Leger des Heils was mij onbekend en tot mijn verhuizing op mijn 21ste voor mijn 1e baan als lerares NXX naar Hoogeveen had ik nooit een heilssoldaat gezien. Hoe ik dan in vredesnaam heilsofficier geworden ben, wil je nu natuurlijk weten. Nu daar zou ik een boek over kunnen schrijven, maar ik kan het ook samenvatten op de manier die ik altijd hanteer: lerares is mijn beroep en officier van het Leger des Heils is mijn roeping en dat laatste oefen ik uit.

Het staat er kort en krachtig maar er ging best lange tijd overheen voordat ik besefte dat het God was die mij deze weg wees en voordat ik uiteindelijk gehoor gaf aan die innerlijke stem. Nu was ik als kind en tiener al graag met geloof en kerk bezig , was ik in mijn tienerjaren actief bij Youth for Christ en zocht ik in mijn nieuwe woonplaats naar een manier om in het leven van alle dag God te dienen. Het Leger des Heils kwam niet in die zoektocht voor, maar op een zondag ging ik met mijn buurvrouw (heilssoldaat en verpleegkundige) mee naar een samenkomst waarin een heilssoldaat werd ingezegend. Ik werd geraakt door de blijdschap en dankbaarheid die de jonge moeder, die dus heilssoldaat werd, uitstraalde toe ze vertelde dat ze Jezus had leren kennen. Ik kon me nauwelijks iets voorstellen bij de gedachte dat je Jezus niet zou kennen. In mijn jeugd was alles gereformeerd: kerk, school en verenigingsleven, mijn vriendinnen, maar ook de bakker, kruidenier en slager. Ik begon te beseffen dat het niet vanzelfsprekend is dat ouders je bij Jezus brengen. Het sloeg in dat een gewone Hollandse moeder van drie kinderen met haar kinderen meegegaan was naar het Leger en zo Jezus had leren kennen.

Het duurde enkele jaren voor ik die innerlijke roepstem durfde en wilde vertrouwen. Heilssoldaat worden (belijdend lid van het Leger des Heils)? Die vreemde organisatie met al die rare gewoonten als zingen op straat, getuigen van je geloof, uniform dragen enz. enz. enz. Ik zag het echt niet zitten.

Weet je wat ik nooit vergeet en ook nooit vergeten kan? De ongelooflijke grote blijdschap toen ik uiteindelijk mijn weerstand overwon en mijn levensbestemming in Gods hand kon leggen. Wie was ik, dat ik God mocht dienen? Het moeten werd mogen en alles veranderde mee van kleur. Ik werd heilssoldaat in 1977 en begon 2 jaar later als kadet aan de interne opleiding tot officier. In juni 1981 werd ik bevestigd als officier, bevorderd tot luitenant en uitgezonden naar mijn eerste aanstelling: Franeker.

O ja, dat café in Elburg in de kersttijd

Zingen in de cafés en restaurants is één van de activiteiten in de kersttijd en vindt in Elburg nog steeds plaats. Het hele jaar door brengen heilssoldaten van tijd tot tijd met de Strijdkreet (evangelisatieblad) een bezoek aan deze gelegenheden. In de tijd voor Kerst brengen we, gewapend met de Kerststrijdkreet, de cafés- en restauranthouders een attentie en zingen voor de bezoekers een aantal kerstliederen. Het ene café is het andere niet, maar altijd gaat er een golf van ontroering en dankbaarheid door me heen dat we de boodschap van Gods liefde voor de mensen mogen brengen. Soms gaat de muziek uit, maar de obers gaan gewoon door met hun werk. Mijn gebed is altijd dat er iemand geraakt wordt door de liefde en vrede dat het Kind in de Kribbe brengt.

Ja, druk is het wel die kersttijd, behalve kerstpreken en kerstdiensten, hebben we ook kerstmaaltijden, familiekerstfeesten in een stal, kerstpakketten, kerststraatzang, bezoek aan werkers in de kerstnacht, kerstbrunch en zingen in tehuizen. Brengen we kerstattenties aan eenzamen, zieken en ouderen, staan we met de kerstpot op de straat en de markt, dikwijls met wat zangers en muzikanten. Alle activiteiten zijn openbaar en worden o.a. bekostigd door de kerstpot en de collecte. In de voorbereidingen voor mijn allereerste kerstfeesttijd in Franeker was ik bezorgd dat ik zelf niet aan écht kerstfeest vieren zou toekomen. Ik vroeg God om een speciale kerstzegen voor mij persoonlijk. Altijd heeft God dat gebed verhoord en elke kerst opnieuw mocht ik die persoonlijke kerstzegen ontvangen.

Mooi, hè?

Zo is het toch met alle dingen? God is nooit te beroerd om zijn zegen en vrede te geven aan wie Hem daarom vraagt. Natuurlijk is het niet altijd rozengeur en maneschijn in het leven van een heilsofficier. In Amsterdam werden we wel eens met eieren bekogeld. Ik heb ook wel eens bier over me heen gekregen in een café of ze speelden voetbal met mijn hoedje. Je kunt het geloven of niet, maar ik vond het een soort eer om dat te mogen meemaken en te mogen verduren en je krijgt er een soort dankbare vastberadenheid door. Maar hier in Elburg en omgeving zijn de mensen heel fatsoenlijk en wordt het Leger zeer gewaardeerd. Dit jaar hebben zelfs een gezamenlijke kerstnachtdienst met het Leger des Heils en een (voorheen Geref. )wijkkerk van de PKN. En dat is een plaats waar de oecumene nog niet echt is doorgebroken.

Tot slot nog even over de welbekende rode kerstpot. Ik bezit een gesigneerde plaat van de eerste kerstpot ooit, heeft men mij verteld. Dat was in Amerika in een strenge winter met veel ijs en sneeuw, veel armoede, weinig eten en bittere kou. Kerstfeest vieren was er voor veel mensen niet bij. Een pot in de vorm van een etenspan opgehangen aan een driepoot bracht uitkomst. Ludiek werden mensen gewezen op de nood van de medemens. De rode kerstpot is een symbool geworden van liefdadigheid en het doet me altijd goed als ik zie hoe ouders hun kinderen leren om juist in deze periode ook aan anderen te denken. Ga eens een uurtje bij de kerstpot staan en je ervaart zelf wat het met je doet naar het voorbeeld van het Kind in de Kribbe om te zien naar andere mensen. Vreugde- en vredevolle Kersttijd toegewenst. Heleen A. Buitelaar