De afbeelding hiernaast is van Hugo Simberg (1873-1917) en heet ‘De gewonde en-gel’ (1903). Het schilderij is één van de belangrijkste werken in de Finse kunsthistorie. Door het Finse publiek is het in 2006 tot ‘nationaal schilderij’ gekozen. Er is ook een fresco van in de Domkerk van Tampere. Simberg gaf nooit enige uitleg of toelichting bij zijn schilderijen, maar van hem is bekend dat hij zó wilde schilderen dat het mensen in hun diepste gevoelens zou raken en zou doen huilen. Hij zocht in zijn werk de grenzen op van leven en dood. Een verklaring hiervoor wordt ook gezocht in zijn eigen ervaringen met ziekte.

We zien twee jonge jongens in sombere don-kere kleding, die een engel met zich mee-dragen, zittend op een provisorische bran-card. Het hoofd van de engel is verbonden tot net over de ogen, geblinddoekt. Haar vleugels zijn gerafeld en met bloed bedekt. Haar voeten bloot, een slip van de kleding sleept over de grond. Ze zit voorover gebo-gen, vermoeid, verslagen en houdt zich met haar handen vast aan de dwarsliggers. In haar rechterhand heeft ze enkele sneeuwklokjes vast, een vasthouden aan een sprankje hoop?De blikken van de dragers zijn ernstig, donker. De één zijn blik recht vooruit,  ‘die kant op, niet omkijken, door!’ De ander kijkt ons aan. Wat gaat er door hem heen?

Kijkt hij verongelijkt, verwijtend, of heeft hij een slecht geweten?
Wat is er gebeurd? Waar gaan ze eigenlijk naar toe? Hoe gaat het verder?
Wat gaat er door ons heen als we hier naar kijken?

Persoonlijk vond ik het meteen een beetje triest om naar te kijken, het roept een wat akelige sfeer op. En de vraag kwam in mij op: Als een engel al gewond kan raken…hoe moet het dan met ons?!…

Het beeld van deze engel is zo anders dan we gewend zijn, en anders dan we verwachten zo in de tijd voor kerst. Bij kerst horen toch andere engelen? Reddende engelen, of engelen die redding aankondigen. Zoals bij Maria. God zond de engel Gabriël naar haar toe, zijn naam betekent ‘kracht van God’, zijn naam zegt al genoeg! En zoals de engel, en engelen die de herders het goede nieuws brachten en bezongen. Een groot hemels leger bezong de eer aan God en de vrede op aarde. Het zijn engelen die zeggen ‘Wees niet bang’, en die voluit ons vertrouwen wek-ken. Dat zijn de engelen die in eerste instantie meer passen bij onze geloofsvoorstellingen en die we gewend zijn.

Toch kun je ook dezelfde vragen stellen bij de engelen rond de aankondiging en geboorte van Jezus. Wat is er nu precies gebeurd? Waar gaan ze eigenlijk naar toe? En, hoe gaat het nu verder?

Vooral dat laatste vind ik een spannende vraag. Hoe gaat het nu verder? Hoe nu verder met onze redder en koning die de engelen verkondigden, in deze wereld van vandaag, in het leven ons gegeven?  Hoe gaan wíj nu verder? Met dit Kind. Met de butsen en beuken in ons leven. En de zorgen en het verdriet rond alle ontwikkelingen op het wereldtoneel en onze samenleving. We lijken dan zelf misschien meer op de ‘gewonde engel’ van Simberg, of vragen ons af waar het groot hemels leger van engelen blijft. Somberheid, melancholie ligt gemakkelijk op de loer. Bij alle leeftijdscategorieën, maar zelf ontmoet ik het in mijn werk veel bij ouderen.

Het sombere beeld dat Simberg schetst, blijkt voor een ander juist een bron van steun. Een collega-predikant ontmoette eens een vrouw op een psychiatrische afdeling, een zo op het eerste gezicht niets-aan-de-hand-type, dacht zij. De vrouw had een ansichtkaart met ‘de gewonde engel’ erop. Die bleek ze áltijd bij zich te hebben. Ze zei: ‘Als zelfs een engel gewond kan raken, is het niet zo gek dat ik iets blijk te mankeren. Als zelfs een engel gedragen moet worden, kan ik misschien ook hulp toelaten.’…

Als ik zelf nogmaals naar het schilderij kijk, laten die ogen van de jongeman aan de rechterkant me niet los. Mij kijken ze aan, en zeggen: Wat doe jíj? Wat doe jij eraan? Strijd jij de goede strijd mee, of laat je ons alleen? Doe je mee? Het is bij tijd en wijle moeilijk of intens verdrietig. Maar die gewonde engel is de enige niet. Er zijn er meer, vele meer, die nog krachtig met hun vleugels slaan, die ons terzijde staan en onszelf vleugels geven om te vliegen. Of in wiens schaduw wij mogen schuilen. En er zijn dragers, die ons dragen. Het is niet erg om je te laten dragen en hulp te accepteren. Mijn blik op het schilderij verandert langzaam. Ja, dit is een somber schilderij. En, het doet óók een appèl op mij. Juist in deze tijd van feestdagen waarin verdriet en vreugde vaak samenkomen. Ik merk dat het mij helpt om ‘ja’ te zeggen, met Maria en de herders mee. ‘Ja’ tegen God, en ‘ja’ tegen het Kind, en ‘ja’ tegen het leven wat het God-mag-het-weten ook brengen zal. Mag dit Kind, deze God, met u meegaan, juist in deze dagen. Dat u zijn liefde, troost en kracht kunt ontvangen, en u opnieuw voluit ‘ja’ kunt zeg-gen tegen God, en het leven u gegeven. Wees niet bang.

Ds. Anja Hoffmann-Buikema,
geestelijk verzorger De Zellingen