Op een zondag vroeg ik aan een groepje kinderen: ‘Denk je dat God wel eens grappen maakt?’
Ze vielen even stil, lachten een beetje en schudden toen allemaal hun hoofd.

‘En als je aan een aap denkt? Heeft God die grappige beesten niet goed bedacht? Of een lantaarnvisje, een kameleon, een spreeuw die jou uitlacht met zijn gefluit?’ Een van de tieners vond het respectloos om
dieren een grap te noemen… Een bedreigde dominee en zijn kip de vraag werd ingegeven door een verhaal
dat we op de gesprekskring hoorden. Een zwarte dominee die streed tegen racisme, ds. Wade Watts, werd al een tijdje flink dwars gezeten en geïntimideerd door een voorman van de Ku Klux Klan.

Op een dag zat ds. Watts in een restaurantje te eten. Hij wilde net een grote hap van zijn kip nemen, toen een groep van dertig Ku Klux Klan-leden dreigend om hem heen kwam staan. De leider zei tegen Watts:
‘…denk jij maar eens heel goed na over die kip voor je neus. Want wat jij met die kip gaat doen, dat gaan wij met jou doen.’

Watts keek hem aan, wachtte een paar seconden. Toen bracht hij het kippenpootje weer naar zijn mond, en gaf het een zoen. De hele groep dreigende, hatende mannen schoot in de lach. En met de staart tussen de
benen vertrokken ze. Deze KKK -leider, Clary, vertelde dat hij vanaf dat moment steeds losser raakte van de KKK. ‘Ik kón die mensen gewoon niet meer haten.’

Uiteindelijk werd hij voorganger in een Pinksterkerk.

Van haatproject naar liefdeslied

‘Een hemelse grap’ – dat kwam in ons op toen we Clary zijn verhaal hoorden vertellen. Door humor werd een gevaarlijk persoon volkomen onschadelijk gemaakt. Zou dat niet iets zijn van God?

Het kwade overwinnen door het goede. Een mens vol venijn en bitterheid niet onschadelijk maken door hem te doden, maar door hem te veranderen in iemand die liefde preekt.

Paulus was precies zo iemand. Een van de grootste mannen van de vroege christenen was eerst een van hun grootste vijanden. Paulus was onderweg naar Damascus om zijn haat-project ook daar uit te breiden, vol van
dreiging en moord (!) – maar toen hoorde hij de stem van Jezus. En uiteindelijk werd Paulus die man van het wereldberoemde lied over de liefde (‘Als ik de liefde niet had…’ I Kor. 13) .

De aarzelende reactie van de kinderen hield me een spiegel voor. Het zou toch jammer zijn als er in ons geloof geen plek is voor humor en een goede grap! Humor werkt verbindend, brengt lucht in een situatie, helpt om de dingen/ jezelf in een ander licht te zien. Goede humor werkt ontwapenend.

Joden zijn er goed in. Hét bewijs dat grappen niet goedkoop hoeven zijn. Wat wijs is in de ogen van mensen,
is dwaas in de ogen van God. En wat irritant of dom of minderwaardig is in de ogen van mensen, dát kan wel eens van God zijn (kijk in I Korinthe 1: 18 – 31!) Heel vaak zet God de dingen op hun kop.

Denkvragen

Misschien goede vragen om aan ons zelf te stellen:

• waar in de verhalen van Israel zie ik iets wat belachelijk of onzinnig of dwaas lijkt
– en dat uiteindelijk met God te maken had?
• waar zie ik dat in de verhalen van Jezus?
• en waar in mijn eigen leven?

God houdt de duivel voor de gek

Tenslotte – Augustinus en andere groten uit de kerkgeschiedenis zeiden het zo: Toen Jezus
stierf, léék het kwaad te hebben gewonnen. Maar Pasen was de ultieme ‘grap’ van God. Met Pasen heeft God de duivel voor de gek gehouden door Christus uit de doden op te wekken. ‘Hij heeft de overheden en de gezagsdragers uitgekleed en vrijmoedig te kijk gezet en in hem over hen getriomfeerd ‘(Kol. 2: 15).