Als iemand huilt, roept dat vaak respectvolle stilte op. Ik moet denken aan de afscheidsspeech van Barack Obama begin 2017, waar hij in tranen zijn vrouw Michelle bedankt. Die tranen zijn heel de wereld over gegaan. Het maakt diepe indruk dat zo’n iemand, een volwassen man, een krachtige leider, tranen liet zien. Nu zien wij in Lukas 19 ook een volwassen man van rond de 33 jaar, een krachtige leider, huilen: Jezus, de Man van smarten. En in Jezus zien wij God Zelf huilen. En dat maakt je helemaal stil…
De tranen van Jezus kwamen eigenlijk op een heel apart moment, want er heerste op dat moment rondom Jezus juist een juichstemming. Jezus werd zingend en juichend begeleid richting Jeruzalem. En als men dan bij de Olijfberg de bocht maakte, zag men opeens Jeruzalem voor zich liggen (vers 41). Grote kans dat de massa mensen nu nog harder begon te zingen en te juichen: ‘laat het maar horen dat wij eraan komen!’. Maar op dat moment begint Jezus te huilen. Wat ontluisterend! De Koning huilt, terwijl de menigte om Hem heen zingt en klapt en juicht. De Koning huilt…, wat is er aan de hand? Jezus huilt vanwege Jeruzalem.

Jezus huilt niet, omdat Hij denkt aan alles wat Hij in deze komende dagen zal moeten ondergaan…, Jezus huilt bij de aanblik van Jeruzalem. Want terwijl de menigte mensen – Zijn leerlingen en nog een heel aantal andere volgelingen – Hem bezingt en een loper van mantels voor Hem uitrolt, blijft het in Jeruzalem stil. Geen zingende menigte mensen die de stad uitloopt om de aanstaande Koning binnen te halen. Geen warm welkom. Nee, over een paar dagen zal men Jezus te stad uitjagen met een kruis op Zijn rug… Dan zullen ze zingen en lachen en jubelen…, omdat ze deze ‘fake-koning’ zullen gaan verhogen aan een kruis.

Jezus huilt, omdat Jeruzalem het niet begrijpt. Omdat de vrede die Jezus wil brengen straks aan haar voorbij zal gaan (vers 42): ‘Och, dat u op deze dag zou onderkennen wat tot uw vrede dient. Nu echter is het verborgen voor uw ogen.’ ‘Jeruzalem, had jij maar begrepen wat Ik kwam doen…, maar je ziet het niet… en het zal aan jou voorbijgaan…’
Hier bij de poorten van Jeruzalem zien wij een kwetsbare volwassen Man in tranen: Jezus, Die zo graag deze stad in Zijn vrede had willen laten delen, maar die ‘de kans niet werd geboden’… en die daarom de stad wel aan zichzelf moest overgeven… Jezus zei tegen Jeruzalem: ‘nu is het verborgen voor jullie ogen’ (vers 42). Van het niet willen… van het maar blijven uitstellen…, van het laten liggen…, werd het uiteindelijk tot een niet-kunnen. Men kon het op het laatst niet meer begrijpen…, niet meer vatten…, niet meer ontvangen. Ziende konden zij het niet meer zien, om het met een woord van Jezus Zelf te zeggen.

Blijkbaar kan die vrede die Jezus je wilt geven dus ook aan je voorbijgaan… Of beter gezegd: kunnen wij het zelf aan ons voorbij laten gaan… Jeruzalem doet daarom een appel op ons: al die keren dat God iets aan u of jou van Zichzelf liet zien…, al die momenten die je ontvangt om iets van Hem te horen of te leren, om iets van Hem te ervaren of te ontvangen… doe er alsjeblieft iets mee! Wacht niet te lang met keuzen maken in je geloof. Blijf alsjeblieft niet in oude patronen of in je vastgeroeste denkbeelden hangen. Koester niet je bitterheid of je eeuwige twijfel… of het ik-heb-nog-zoveel-andere-dingen- aan-mijn-hoofd. Nee! Laat Jezus binnen! Zorg ervoor dat je de vrede van deze Vredevorst niet misloopt!

Die tranen van Jezus doen mij de ernst van het geloof en van het stappen-moeten-zetten- in-mijn-geloof beseffen. In het Evangelie komt ook het oordeel mee. Het oordeel is niet straks, ooit, eens…, maar het is nu. Hier en nu vinden de beslissingen plaats. Maar als ik nog een keer naar die tranen van Jezus kijk…, wat is het dan ook diep ontroerend om dat betraande gezicht van Jezus te zien. In die betraande ogen zie ik de ogen van God. Zo gaat u God blijkbaar aan het hart! Zo was en is God gesteld op Zijn volk Israel. Zo ontzettend dierbaar zijn wij blijkbaar voor Hem. Wij ontroeren Hem tot tranen! Onze redding, ons geluk raakt God tot diep in Zijn binnenste.

Laat deze liefde van God voor u en voor jou in deze veertigdagentijd maar binnenkomen. En ik hoop ook dat deze liefde van God u ook zal aanmoedigen om op dezelfde manier bewogen te zijn om de ander. Dat u met de ogen van Jezus naar de ander zult kijken. Misschien ook wel tot tranen geroerd. Omdat die ander net als jij in Gods ogen zo bijzonder kostbaar is.

ds. Eddy de Kruijf