In het christelijke geloof staat de opwekking van Jezus centraal. Het is het centrale thema in bijna alle boeken van het Nieuwe Testament.

Alle teksten getuigen ervan dat de dood van de Gekruisigde niet zijn definitieve einde was, maar dat Jezus drie dagen na zijn dood door God opgewekt is en bij Hem leeft. Dit geloof is buitengewoon hoopvol, omdat daarmee de opwekking van alle mensen in het vooruitzicht gesteld wordt. Vanwege deze ongehoord grote betekenis geloven veel christenen dat het opstandingsgeloof alleen in het christendom voorkomt. Het zou door het Nieuwe Testament in de wereld gezet zijn.

Discussie

Het Nieuwe Testament en andere Joodse getuigenissen uit dezelfde tijd laten zien dat het opstandingsgeloof springlevend was in het Jodendom ten tijde van Jezus, en dat het oude wortels heeft. In het oudste nieuwtestamentische getuigenis van het opstandingsgeloof (1 Korintiërs 15: 3) zegt Paulus dat Jezus op de derde dag opgewekt is ‘overeenkomstig de Schriften’. Daarmee verwijst Paulus naar het Oude Testament, dat de Joden Tenach noemen.

Terwijl de Sadduceeën het opstandingsgeloof afwijzen omdat het niet expliciet genoemd wordt in de boeken van Mozes, deelt Jezus dit geloof met de Farizeeën. Het opstandingsgeloof is al in de vroeghellenistische tijd (derde-tweede eeuw v.Chr.) aantoonbaar. In 2 Makkabeeën wordt vertel over het martelaarschap van de zeven broeders en hun moeder, en over hun geloof in de opwekking na een gewelddadige dood. (2 Makkabeeën 7:9) {…}Aan degenen die van God getuigen, trouw vasthouden aan zijn Tora (boeken van Mozes) en wegens deze trouw vermoord worden, bewijst God zijn trouw en gerechtigheid door hen op te wekken.

Met Paulus geloven christenen in God ‘die de doden levend maakt, en in het leven roept wat niet bestaat’. (Romeinen 4:17) Het gaat om Gods macht die niet bij de grens van de dood stopt. Hoe men zich het leven van de opgestanen voorstellen moet – in ‘slechts’ een ziel of lijfelijk, en in welke toestand, met of zonder gebreken – daarover lopen de meningen uiteen, zowel onder Joden als onder Christenen. ‘Niemand heeft het ooit gezien dan God alleen’ zegt de Talmoed (Berachot 34b) Rabbijnen achten van belang dat verantwoord menselijk leven zijn uitwerking aan gene zijde van de dood niet missen zal. Zo zullen ook ‘de rechtvaardigen uit de (nietjoodse) volken opgewekt worden’.

De hoop richt zich allereerst op deelname aan de ‘toekomende wereld’ en aan de ‘dagen van de Messias’. De aankomst van de Messias wordt verwacht via de olijfberg (Zacharia 14: 4) Veel Joden laten zich dáár begraven om de Messias van dichtbij te kunnen begroeten wanneer hij komt. Het gebruik in de diaspora (wereld buiten Israël) om een handje zand uit het land Israël op het graf te legen, maakt eveneens duidelijk hoe het opstandingsgeloof gegroeid is vanuit bijbels beloften.

Perspectieven

In hun vertrouwen en hoop op de opwekking der doden staan Joden en Christenen zij aan zij, ook wanneer christenen in de opwekking van de Gekruisigde reeds een ‘onderpand’ zien van de opwekking van allen (1 Korintiërs 15: 23) De nauwe samenhang tussen het Joodse opstandingsgeloof en het houden van de Tora zou Christenen kunnen inspireren. Die herinnert immers aan de nauwe samenhang die het christelijk belijden kent tussen de opstanding der doden en het Laatste Oordeel.

Vertaling Reinier Gosker, Abba 6 – Misvattingen over het Jodendom corrigeren. Overgenomen uit: Kerk&Israël Onderweg, Jaargang 20 nummer 3