De lente hangt in de lucht. Sneeuwklokjes, narcissen en hyacinten komen langzamerhand in bloei en we worden weer gewekt door lokkend getjilp van vroege vogels. Hier en daar warmt de zon ons al op. Nog even en de winterjassen kunnen gewassen de kast weer in. Aan sommige keukentafels worden zelfs al plannen gemaakt voor de zomervakantie …

Maar de kerkelijke kalender geeft aan dat we ons deze weken bevinden in de Veertigdagentijd. De tijd die we krijgen om ons opnieuw bewust te worden van het ogenschijnlijk vanzelfsprekende. In deze ‘vastentijd’ zijn er dan ook veel mensen die bewust minder of geen alcohol drinken, geen vlees en/of snoep nemen en minder autorijden of hun mobiel vaker weg leggen. Op die manier leer je wellicht opnieuw de dingen te waarderen, er letterlijk ‘de waarde’ van in te zien. En wat voor dingen geldt, geldt natuurlijk ook voor ménsen om je heen: ook die opnieuw bekijken kan de liefde een impuls geven. De ‘vastentijd’ maakt je zo – als het goed is – tot een dankbaarder mens.

De veertigdagentijd kan zo ruimte scheppen voor het verlangen naar het Paasfeest. Door dat ‘vast voor ogen te houden’ licht er wellicht al iets op van dat Grote Feest.