‘Ik ben dit jaar niet aan Pasen toe’, zei een oude vrouw tegen mij. Er is de afgelopen tijd zoveel gebeurd. Andere jaren had ik het idee: Pasen past nu wel. Het wordt weer voorjaar, de lange winter is voorbij, de narcissen komen uit, het land wordt weer groen, het paasfeest past daarbij, het leven is sterker dan de dood. Ik voel mij goed, ik ben vrolijk en opgewekt, Pasen past daar wel bij. Maar dit jaar niet. Dit jaar heb ik het idee dat Pasen niet past. Ik kan niet genieten van het voorjaar, ik voel mij niet goed, ik zie de kracht van het leven dat sterker is dan de dood niet. Ik ben dit jaar niet aan Pasen toe. Er is teveel gebeurd…ik denk niet dat ik met Pasen naar de kerkdienst kom… Hoe zou dat voor de eerste getuigen van de opstanding zijn geweest, vroeg ik haar. En we lazen over de vrouwen die als eersten het lege graf ontdekken.

Zijn zij toe aan Pasen? Dan blijkt al gauw: helemaal niet. Ze gaan op weg om nog eens voorgoed te bevestigen dat Jezus dood is. Ze gaan op weg om hem te zalven, te balsemen. Daarmee houd je de lijklucht nog eventjes tegen. Daarmee geef je de dode nog een laatste eer. Maar daarmee bevestig je juist ook: dit het einde.

Eerst wordt hun verwarring alleen maar groter. De steen is afgewenteld van het graf. Verbijstering. Angst. En angstig kijken ze in het graf. Dan is daar het lichaam niet. En dan gaat het helemaal mis. In de tekst staat: ‘Ze raakten helemaal van streek’’ (vers 4). Zij worden niet gelovig van het lege graf, maar het maakt hen radeloos. Letterlijk staat er: zij hadden geen doorwaadbare plaats meer. Zij staan voor een ondoorwaadbare plaats, zoals wanneer je een trektocht maakt, en je komt onverwacht voor een woest kolkende rivier te staan, maar je kunt er niet doorheen. Ondoorwaadbaar. Je kunt niet verder. Je ziet geen uitweg. Je bent aan het einde van je kunnen, aan het einde van je mogelijkheden. De enige mogelijkheid die de vrouwen nog hadden, was dat ze Jezus de laatste eer nog konden bewijzen, hem konden balsemen.

Maar nu valt ook die laatste mogelijkheid weg. Daar treft God hen aan. Terwijl ze helemaal niet aan Pasen toe zijn. Terwijl ze geen weg meer zien. Dan maakt Hij het Pasen voor hen. Daar zit troost in, dat is voelbaar. Als God erop zou wachten tot wij er aan toe zijn, werd het nooit Pasen.
Op toonhoogte voor Pasen…Wie van ons is nu echt op toonhoogte voor Pasen? Wanneer ben je er ooit aan toe, er klaar voor? Wanneer is onze wereld klaar voor de paaservaring?

Nooit. Zo simpel is dat. Er is altijd weer een doodlopende weg waar je voor staat, weer een graf, weer een aanslag, weer een raadsel. Er is vroeg of laat altijd reden te over om te denken: de vreugde kan bij mij niet binnen komen.

Een ondoorwaadbare plaats. Toen Lukas zo schreef dacht hij ongetwijfeld aan de situatie van Israël voor de Rode Zee. Daar knoopt hij bewust bij aan. Dat is een bekende geschiedenis. Het volk Israël staat voor die Rode Zee, die ondoorwaadbare plaats en achter hen worden zij ingehaald door de Egyptenaren. Zo staan de vrouwen voor het lege graf en zij worden ingehaald door hun twijfel, hun angst, en de dood. Zij staan voor het onontkoombare.

Zo treft het Paasevangelie hen aan. Maar daarmee wordt ook hoop uitgesproken. Want al wel eerder was gebleken dat er voor God geen ondoorwaadbare plaatsen zijn. Toen, bij de Rode Zee, en nu weer, op de Paasmorgen. Ongelofelijk, maar waar, wij kunnen het slechts horen en dan weer doorvertellen: de dood is niet langer ondoorwaadbaar. Voor God zijn er geen ondoorwaadbare plaatsen. En daarom zijn ze er voor ons ook niet. Er is een weg door de dood. Jezus staat al aan de andere kant van het water en Hij verzekert het ons. Ik ben de Opstanding en het Leven.

Er moeten engelen aan te pas komen om de vrouwen de ogen te openen. ‘Waarom zoekt u de Levende bij de doden? Hij is hier niet, maar Hij is opgestaan. Wisten jullie niet meer hoe Hij er over gesproken heeft, over zijn lijden en sterven en opstanding?’

Toen herinnerden de vrouwen zich de woorden van Jezus. Plotsklaps realiseren zij zich dat Jezus zijn belofte waar moet hebben gemaakt. Dat Hij leeft. Dat God door gaat, altijd weer een nieuwe mogelijkheid schept. En zo wordt het Pasen voor de vrouwen die niet toe waren aan Pasen. Ze werden er in betrokken, ze dachten aan wie Hij was en toen wisten ze het weer! Zo kan het met Pasen voor ons ook Pasen worden. Niet omdat wij de toonhoogte al hebben, maar omdat het Paasfeest zelf het ons weer te binnen zingt. Gewoon meezingen! Juist als je het niet voelt; dan meezingen. Boven jezelf uitzingen. Tegen je gevoel in zingen. Dan kun je gaan merken: nu gaat het gevoel ook meedoen. Je kille hart voelt dat er weer wat gaat resoneren…. de dood is niet het einde… er is een nieuw begin. Jezus is opgestaan, Hij leeft! Jezus leeft en ik met Hem….

Ds. Joanne Dekker-van Asselt
Geestelijk verzorger
De Zellingen