Tijdens een liefdesmaaltijd ontmoet ik een Afghaanse man. Een broeder vertelt dat die man erg mooi kan zingen.

Die ochtend zong hij in de gemeente ‘Welk een vriend is onze Jezus’ in het Afghaans. De video is inderdaad indrukwekkend. Ik merk dat hij tijdens het zingen ontroerd raakt. Dat lied betekent veel voor hem, want het herinnert hem eraan dat Jezus zijn vriend is en hoewel Hij alles van hem weet, toch van hem blijft houden en iedere dag engelen op zijn pad stuurt om hem te bemoedigen en wegwijs te maken.

Later tijdens ons gesprek vertelt hij zijn levensverhaal. Gevlucht uit zijn geboorteland vanwege zijn christelijke geloof en vanwege zijn seksuele geaardheid. Een vriend heeft hem in zijn huis opgenomen. Hier in Nederland voelt hij zich ondanks alle liefde en zorgen eenzaam, buitengesloten, daar hij de taal niet spreekt en ook niet begrijpt. Vooral de uitspraak en de zinsopbouw zijn erg moeilijk voor hem. De cultuur is ook zo anders. Hij probeert zich verstaanbaar te maken met het beetje Engels dat hij kent.

Wat hem het meeste pijn doet, is dat ‘niemand’ hen om een of andere reden meer wil hebben en daardoor ook niet zoveel animo opbrengt om hun te helpen in welke vorm dan ook. De geest van afwijzing en veroordeling is soms zo duidelijk aanwezig. Het enige wat hij wil is rust, vrienden om hem heen en een menswaardig bestaan.

Het vluchtelingenprobleem gaat de wereld rond en heeft vele gezichten. Het lijkt wel of geen land of eiland bespaard wordt. Rijk of arm maakt niets uit. Het schreeuwt om oplossingen, die we jammer genoeg nog niet hebben. Wij zijn bang, angstig voor alles wat voor ons vreemd is: huidskleur, taal, gewoontes, religie, cultuur. Klaagliederen worden de hele dag gezongen in alle toonaarden: ‘Stuur ze terug, sluit de grenzen, we hebben niet genoeg huizen, banen, eten voor onszelf en onze kinderen.’ Van de regering hoeven wij het niet te verwachten, want zij weet ook niet wat er moet gebeuren. Overal heerst chaos, angst, boosheid, rebellie en ontevredenheid.

Zelfs Gods kinderen beginnen langzamerhand dezelfde mening te verkondigen. Zal God door deze situatie te laten voortduren ons uit onze comfortzone willen halen en ons vergezellen op de weg naar het leven zoals Hij het voor ons bedoeld heeft? Een leven van minder ik-gericht zijn en in een geest van liefde meer gericht op de ander ter navolging van onze Heer en Meester, Die niet kwam om gediend te worden, maar om te dienen. Hij vernederde zich en gehoorzaamde zelfs tot in de dood aan het kruis.

(Filippenzen 2:1-9).

Marvel de Windt, lid van De Oosterkerk