Vorige maand (19 maart jl.) is er één dag voor de Provinciale Staten verkiezingen binnen de Protestantse Kerk in Nederland een symposium gehouden met als thema ‘de pastor in het euthanasiedebat’. Politiek en het euthanasiedebat schuren aan elkaar, maar zaken als euthanasie, voltooid leven en het levenseinde behoren niet alleen in de politiek, maar ook in de kerk gethematiseerd te worden. Artsen merken terecht op dat cultuur en levensbeschouwing de kijk op het levenseinde beïnvloeden: Beslissingen over doorgaan of stoppen met een behandeling hebben alles te maken met opvattingen over leven en dood, zowel die van patiënten, familieleden, hulpverleners als die van de maatschappij (Rapport ‘Niet alles wat kan, hoeft. Passende zorg in de laatste levensfase. KNMG 2015, p 8). Daarom wordt er door diverse mensen binnen de kerk voor gepleit om het gesprek over de dood en het levenseinde hoger op de kerkelijke agenda te plaatsen.

Met dit artikel wil ik een aanzet geven tot een (vervolg)gesprek binnen de kerk over thema’s als euthanasie, voltooid leven en het levenseinde. Ik wil me bescheiden opstellen, omdat een artikel in het KerkNieuws in geen verhouding staat tot de gedegen studies die er over deze thema’s inmiddels zijn verschenen. Maar als u of jij niet al deze studies heeft doorgenomen…, misschien dat die enkele gedachten in dit artikel wel kunnen triggeren om het eigen denkproces en het gesprek met elkaar over deze thema’s op te starten of verder aan te gaan.

Vragen over het levenseinde

de ruimte geven Het lijkt mij allereerst goed om op te merken dat bij thema’s als ‘voltooid leven’ en ‘euthanasie’ en andere kwesties betreffende het levenseinde geen oneliners passen. Het is geen simpel ‘voor’ of ‘tegen’. Vaak groeit dit besef, wanneer men er zelf in de eigen omgeving mee te maken krijgt. Maar soms is het dan te laat om een gedegen bezinningsproces op te starten. Opeens wordt bij je ziekenhuisopname gevraagd of je gereanimeerd wil worden… Of, wanneer je ouder bent: opeens verandert er iets in de situatie van je gezondheid en word je sterk geconfronteerd met het afhankelijk zijn van anderen ‘die het toch al zo druk hebben’… De glans van het leven is verdwenen en het hoeft allemaal misschien niet meer van je… Of: er wordt door de artsen gestreden om het leven van een van je geliefden…. steeds meer omvangrijke medische middelen worden toegepast, met steeds meer ernstige bijwerkingen…. Tot hoever kan je gaan? Stel dat men er als een ‘kasplantje’ uit komt? Je leeft dan nog wel misschien, maar is dit nog wel werkelijk leven? Zoals iemand eens verwoordde: ‘mag iemand ook nog sterven?’

Ook al is het heel lastig misschien, het is heel belangrijk om met elkaar van gedachten te wisselen over het leven en het levenseinde: hoe sta ik zelf tegenover bepaalde keuzen betreffende het levenseinde? Wat zou ik willen en wat zou ik niet willen? En waarom eigenlijk? Op basis waarvan maak ik mijn keuzen?

Zoals de artsen van het KNMG al aangaven: de keuzen die je maakt, zijn vaak ingebed in de cultuur die je inademt en de levensbeschouwing die je aanhangt. Maar dan is het wel heel belangrijk om iets van die cultuur en van je levensbeschouwing (je persoonlijke geloof) helder voor ogen te hebben….

Het levenseinde en onze cultuur In onze cultuur zie ik een aantal dingen, die onze gedachtevorming over euthanasie, voltooid leven en het levenseinde beïnvloeden, op een mijns inziens negatieve manier: Het eerste betreft het maatschappijbrede verlangen naar zelfbeschikking en zelfrealisatie. Iets eenvoudiger gezegd: in onze maatschappij wordt elk mens als een eigen, zelfstandig bedrijfje gezien. Ieder mens heeft als zelfstandig ondernemer de opdracht om van zijn eigen leven een mooi project te maken. Je moet daarvoor je eigen doelen opstellen en je eigen idealen volgen. Desnoods houd je daarvoor ook nog een bucketlist bij. Wij verdrinken bijna in de keuzemogelijkheden en keuzemomenten die wij hebben en in al de verantwoordelijkheden die wij dragen …, maar het is zaak dat je zelf je de controle behoudt en je eigen route blijft uitstippelen. Op je eigen manier, uiteraard volkomen zinvol, interessant, uitdagend en helemaal bij jou passend. …

Deze manier van je leven beleven legt een zware druk op ons mensen: je voelt je eigen verantwoordelijkheid, je moet aan de door jezelf gestelde eisen voldoen en je moet mee kunnen komen. En deze way of life kent nog een ander gevaar – en daarmee komen wij bij het thema van dit artikel uit: als wij op een moment komen, dat wij niet meer aan ons eigen levensproject kunnen werken…, als ons functioneren bijvoorbeeld drastisch minder wordt…, dan komt al snel de vraag op: waarom zouden wij er nog mee verder gaan?

Wat voor zin heeft het leven nog? Wat voor voldoening haal ik nog uit het leven? Als ik afhankelijk ben, niet meer mijn eigen route kan volgen, wie ben ik dan nog? Zoals iemand beschreef die zijn leven als voltooid zag: ‘voltooid betekent voor mij dat de inspanning die andere mensen moeten doen en die ik zelf moet doen, te groot is om het waardevol te maken om door te gaan.’

Nogmaals: hier passen geen simpele kwalificaties als ‘goed’ of ‘fout’. Maar het is heel belangrijk om te beseffen hoe het maatschappelijk (be)leven een stempel zet op ons denken over het levenseinde. Wij lijken in zekere zin slachtoffer te zijn geworden van onze eigen idealen en onze zelfontplooiing. Moe van onze keuzemogelijkheden en de druk om te presteren (burnout, depressie, faalangst). En bang voor het moment dat wij niet meer kunnen kiezen en onze idealen niet meer na kunnen volgen.

En trouwens…, hoe autonoom (= eigenwetgever) willen wij mensen eigenlijk zijn? Wij hebben dan wel veel te kiezen misschien, maar welke rol geven wij onze familieleden, naasten, onze omgeving in de afwegingen en de ‘individuele’ keuzen die wij maken? Willen wij echt zo ultra-autonoom zijn?

Het hierboven geschetste maatschappelijk (be)leven treft niet alleen jongvolwassenen die zich onder hoge druk voelen staan om te presteren in hun werk of studie…, of ouders die hun werk, gezin en persoonlijke ontwikkeling moeten zien te combineren in hun beperkt beschikbare tijd…, of mensen die werkloos of arbeidsongeschikt zijn geraakt…, het treft in het bijzonder de ouderen. Ik leg uit waarom:

Het gevoel wordt hierdoor bij ouderen gewekt overbodig geworden te zijn, immers: men kost de samenleving veel geld, terwijl men zelf weinig meer kan bijdragen. De groeiende vergrijzing, de steeds grotere groep afhankelijke ouderen, zorgt voor jaarlijkse stijging van de zorgverzekering en de pensioenpremie. En men kost de kinderen (als men die heeft), of de zorgzame buren, veel tijd, terwijl iedereen al zo druk is: ‘ze zeggen wel dat je altijd een beroep op hen mag doen, maar ze hebben al zo weinig tijd’… Bovendien is het zo frustrerend (misschien zelfs wel: vernederend) om voor de kleinste dingen iemand te moeten vragen. Kortom: je bent als oudere tot een last geworden. Een dure last. Voor jezelf en voor de omgeving.

Vormt de mogelijkheid tot euthanasie dan een oplossing? De mogelijkheid tot euthanasie is volgens mij geen oplossing, maar juist een voedingsbodem voor het onbehaaglijke gevoel van ouderen, immers: wie ben ik, dat ik niet voor euthanasie kies en nog zou willen doorleven, wanneer ik de samenleving zoveel kost aan tijd en geld en zelf zo weinig kan doen en bijdragen? Er is meer nodig dan de mogelijkheid tot euthanasie…

Het levenseinde en het Paasevangelie We hebben pasgeleden het Paasfeest gevierd. Nu is het Paasevangelie niet ‘de oplossing’ voor alle maatschappelijke vragen betreffende het levenseinde, maar het Paas evangelie zet dergelijke vragen wel in een heel ander licht. Een van de prachtige teksten, die mij pasgeleden weer is opgevallen, is Hebreeën 2,15. In deze Bijbeltekst wordt over de Heere Jezus gezegd dat Hij is gekomen om… allen te verlossen die door angst voor de dood gedurende heel hun leven aan de slavernij onderworpen waren. De schrijver van de Hebreeënbrief ziet dat mensen slaven zijn. Slaven vanwege de angst voor de dood. Wij werken zo hard om alles uit het beperkte leven te halen wat er inzit. Als tijdelijke mensen hebben wij geen tijd te verliezen.

Wij stoppen de dood liever weg, of wanneer de dood zijn intrede heeft gedaan, geven wij zo vorm aan het afscheid alsof de overledene toch bij ons is, ons hoort en in ons midden voort bestaat. De dood is een onmogelijke mogelijkheid! Dat laatste zegt de Bijbel ook, maar… Christus heeft met Zijn sterven en opstanding ons verlost uit deze slavernij van de dood. We ‘kunnen leven’ met onze sterfelijkheid, met onze dood. De dood is nog steeds wel onze laatste vijand. Hij zal nooit een vriend kunnen zijn voor mensen die tot het leven bestemd zijn. Maar het eindige perspectief is door Christus opengebroken. Wij mogen zien op een oneindige heerlijkheid die de grenzen van de dood heeft doorbroken.

En dat maakt ons leven en beleven anders. Wij hoeven in ons leven geen slaven van de dood te zijn, door alles uit dit leven te moeten halen wat wij kunnen halen. De diepste zin van ons leven ligt niet in ons kunnen, het zelfje- leven-vorm-kunnen-geven en onze zelfstandigheid. De diepste zin van ons leven is niet weg, als onze mogelijkheden wegvallen. De diepste zin van ons leven is de verbondenheid met de Heere Jezus, nu in ons tijdelijke leven en straks voor eeuwig. Wij zijn geen slaven meer van onze autonomie, ons willen en kunnen, onze projectmanager-vanons- eigen-leven-willen-zijn. Wij mogen Christus volgen, door het lijden heen, door de zinloosheid van het leven heen… tot in het eeuwige leven!

In het licht van Pasen zijn al de vragen betreffende het levenseinde, voltooid leven en euthanasie nog steeds heel ingewikkeld. Maar probeert u steeds voor uzelf helder te scheppen: wat is de basis, van waaruit ik bepaalde dingen denk en mijn keuzen maak? Wat vormt mijn gedachten en voedt mijn gevoel en mijn beleven bij deze thema’s? Is dat de maatschappelijke context, zoals hierboven geschetst? Of is dat het bevrijdende Evangelie van Pasen?

Eddy de Kruijf