Na Pasen begint het aftellen, de zogenaamde omertelling, die zeven weken duurt. In Deuteronomium 16: 9 had God bevolen ‘Zeven weken zult u voor uzelf aftellen’ en dan volgt de 50e dag Sjavoeot: Pinksteren.

Van oudsher was het Joodse Pinksterfeest een oogstfeest. Pesach is het begin van de oogst maar met Sjavoeot was de hele tarweoogst binnengehaald en werd dit uitbundig gevierd. God zelf had het volk opgeroepen vrolijk te zijn.

In de loop der eeuwen heeft het Joodse Pinksterfeest er een dimensie bijgekregen. Behalve een oogstfeest werd het ook het feest waarop herdacht werd dat Mozes op de berg Sinaï de Thora heeft ontvangen. De bestudering van de Thora neemt tot op de dag van vandaag een belangrijke plaats in bij de viering van Sjavoeot.

Sinds de 16e eeuw is het gebruikelijk om de nacht voorafgaande aan het Pinksterfeest door te brengen met het leren van de Thora. Dat wordt ook wel de leernacht genoemd.

In Handelingen 2 lezen we dat de discipelen bijeen waren toen de Heilige Geest werd uitgestort. Er staat niet dat zij bijeen kwamen: zij waren bijeen! Waren zij bijeengekomen om de nacht door te brengen met het onderzoeken van de Thora? Het zou een leerpunt voor ons kunnen zijn.

Het boek Ruth wordt gelezen vanuit het oogpunt dat zij als heidense vrouw door de Heere bij Zijn volk gevoegd werd. Opnieuw blijkt dat we de christelijke feesten pas goed kunnen begrijpen tegen de achtergrond van de Joodse hoogtijdagen.

Commissie Kerk en Israël
(bron: de Hervormde Vrouw – dr. M. van Campen)