Het heeft weinig nut een christen, een moslim en een boeddhist ergens vandaan te plukken en bij elkaar te zetten voor een interreligieuze dialoog. Organiseer liever ontmoetingen op de plaats waar mensen samenwonen en hun leven delen. Dat zegt prof. dr. Martha Frederiks, hoofd van het departement ‘Filosofie en Religiewetenschap’ en profielhoogleraar ‘Studie van het wereldchristendom’ aan de Universiteit Utrecht.

Frederiks studeerde Theologie en Islamologie aan de Universiteit Utrecht en in de Verenigde Staten. Regelmatig brengt zij in leerhuizen het gesprek over de islam op gang.

Hoe staat het ervoor met de islam in Nederland?
“Die vraag is te algemeen. Er zijn migranten die in de jaren zestig naar Nederland kwa – men. Er zijn vluchtelingen uit moslimlanden die hier om humanitaire redenen kwamen. Er zijn moslimjongeren die hier geboren en opgegroeid zijn. De nieuwe groepen moeten steeds weer wennen aan de Nederlandse context en ontdekken hoe zij daarbinnen hun geloof kunnen beleven. Voor Turks-Nederlandse moslimvrouwen uit de vierde generatie, hier geboren en getogen, is de context anders dan voor iemand die net uit Syrië gevlucht is. De moslimge meenschap is heel divers. Bepaalde groepen zie je vaak in de media. Over andere groepen, zoals Indonesische moslims, hoor je nooit wat.”

De dialoog vanuit de kerken met de islam is al decennia gaande. Waarom is dat belangrijk?
“De ontmoeting met moslims komt steeds opnieuw op de agenda omdat de samenleving voortdurend verandert. Vroeger ging het vooral om Turken en Marokkanen die hier kwamen werken. Vandaag de dag zijn veel kerkleden betrokken bij mensen in asielzoekerscentra. Deze ontmoeting is voor kerken relevant omdat er een stevige achterban van Geert Wilders in de kerk zit. Veel mensen voelen zich bedreigd door een bepaald beeld van de islam en van moslims. Iedereen kent tegenwoordig wel moslims: buren, collega’s, ouders van school. Die ervaringen in de dagelijkse realiteit komen echter vaak niet overeen met de manier waarop mensen over de islam denken. Op leer huisavonden hoor ik opmerkingen als: ‘Maar moslims willen toch een islamitische staat.’ Dan vraag ik: wil uw buurman waar u net over sprak dat ook? ‘Nee, maar die is anders’, is dan het antwoord.”

Geef bij zo’n breed spectrum aan gesprekspartners maar eens tips voor een goede dialoog …
“Ik ben niet van de recepten. Ik geloof in de lokale ontmoeting. Dialoog krijgt betekenis in relaties binnen een bepaalde context. Ik werkte een aantal jaren in Gambia, West- Afrika. Na mijn ervaringen met dialoog daar vraag ik mij af: wat is het nut om een christen, een moslim en een boeddhist ergens vandaan te plukken en bij elkaar te zetten? De inzet van de dialoog verandert wanneer je elkaar de volgende dag tegenkomt op het schoolplein of in de supermarkt. Dan is de religieuze ontmoeting één aspect, binnen alle aspecten die het leven kent. Woon je samen in dezelfde buurt en weet je dat je elkaar steeds weer tegenkomt, dan ga je het gesprek anders in dan wanneer het eenmalig is. Dan schuift de aandacht naar onderling begrip, weg van het verdedigen van de eigen geloofswaarheden.

Het is goed om te leren wat het geloof voor de ander betekent. Het is misschien beter om samen goede dingen te doen. Geloof kan ook een inspiratiebron zijn om de wereld te veranderen. Juist omdat we geloven dat de wereld zoals hij is niet de wereld is zoals hij bedoeld is, zetten wij ons in voor verandering.”

Wat nut ons de dialoog?
“Het faciliteren van ontmoetingen helpt ons om stereotyperingen zoals ‘alle moslims willen de jihad’ te nuanceren en af te breken. In deze ontmoeting ervaar je dat de islam een geloof is als het christendom. Een geloof dat mensen troost en bemoediging brengt, richtlijnen voor het leven. Zoals jouw eigen geloof. De onderstroom van angst en boosheid in onze samenleving is niet altijd rationeel te beargumenteren. Alleen rationele argumenten kunnen deze angst niet wegnemen. Daar is ontmoeting voor nodig en openheid over zaken zoals je geloof. Deze dialoog moet je niet in eerste instantie voeren op het niveau van de leerstelligheden. Mijn insteek is: praat liever een avond over waar je je moed, troost en hoop vandaan haalt dan over de plaats van Jezus in de Koran.”

Helpt de dialoog de vrede te bewaren?
“Ik ken voorbeelden in Ermelo en Harderwijk, waar al lang relaties bestaan tussen de kerk en de Turkse moskee. Interreligieuze relaties werken preventief. Niet als een ambulance die aan komt scheuren als het uit de hand dreigt te lopen. In mijn tijd in Gambia waren de relaties tussen christenen en moslims goed. Toch ging het mis toen het Suikerfeest, het einde van de Ramadan, op een zondag viel. De luidsprekers van de evangelische kerk klonken te hard voor de moskee ernaast. Er ontstond een clash, maar de alom gerespecteerde katholieke bisschop bracht de partijen bij elkaar. Hij nodigde de leiders van moskee en kerk uit en ging het gesprek aan. Wat hielp, was dat hij hen vroeger wiskunde had gedoceerd.

Bestaande relaties vergemakkelijken het om te praten als het uit de hand loopt of dreigt te lopen.” Medechristenen die hiernaartoe zijn gevlucht, vinden het soms lastig om te zien dat kerken zo vriendschappelijk met moslims omgaan.
“Hun ervaringen lopen uiteen. Er zijn migranten voor wie de eerste moslim duizend kilometer verderop woonde, migranten die te midden van de islam opgroeiden in een goede relatie, en migranten die zich juist bedreigd voelden. De Surinaamse Broedergemeente komt niet snel met vijandige beelden over de islam; in Suriname is de verhouding tussen de godsdiensten goed. Er zijn christenen uit het Midden-Oosten of bepaalde Afrikaanse landen, die een lange en vreedzame traditie met de islam hebben. Je houding en je relatie worden bepaald worden door de geschiedenis. In iedere dialoog tussen christenen en moslims is de geschiedenis de derde gesprekspartner.”

Tekst: Kees Posthumus
Bron: Woord & weg, maart 2019