‘Ik snak tegenwoordig naar iemand die een goed verhaal houdt’, hoorde ik iemand zeggen op TV. ‘Of eigenlijk, als ik een integer mens gewoon in het openbaar wat weloverwogen woorden hoor zeggen met een vriendelijke blik, dan ben ik tegenwoordig al ontroerd. Gek is dat. Want het lijkt wel of het wereldtoneel wordt beheerst door mensen die graag schreeuwen, die ik niet vertrouw en hun verhalen daarom al helemaal niet.’

In veel kerken wordt binnenkort een startzondag gevierd met als thema ‘een goed verhaal’. Idee is natuurlijk dat er zeker in de kerk een goed verhaal te horen is, goed nieuws. Op startzondag pakken we extra uit om dat verhaal als nieuw voor het voetlicht te brengen. Wat kenmerkt het goede verhaal van de bijbel, dat maakt dat we het steeds weer moeten horen en doorvertellen?

Zien, horen en afdalen

In Exodus 3 vinden we een ‘oerverhaal’ waarin we de God van Israël in zijn goedheid leren kennen. Zijn mensen wordt in Egypte onderdrukt. Aan het eind van hoofdstuk 2 lezen we over hun lijden. Ze moeten keihard werken, ze schreeuwen het uit en hun geroep stijgt op naar God. Misschien zie je het wel voor je, in plaatjes van vandaag; denk je aan de beelden van de honger in Jemen, of van dwangarbeiders in strafkampen. We lezen hier dat God de ellende van zijn volk heeft gezien en hun klagen heeft gehoord. Wat een goed verhaal: over een God die zich het lot van zijn mensen aantrekt. Dat is, als je in nood zit, het allereerste wat je nodig hebt. Dat er iemand is die níet onbewogen blijft. Zo kennen we onze HEER: Hij ziet en hoort en ‘daalt af’. Als de bijbel vertelt over het ‘afdalen’ van God dan gaat het altijd over een beslissend en urgent optreden van God, als er wat moet gebéuren. Het ultieme afdalen gebeurt wanneer Hij in Jezus Christus onder de mensen komt wonen om te delen in het lijden en de schuld te dragen.

Urgente bevrijding

Deze God bevrijdt. Egypte is het land waar het voor zijn volk geen leven is. Dat slavenbestaan, dat kan niet langer zo doorgaan. God daalt af om te bevrijden. Hij belooft Israël een ‘goed en wijd land’, een land dat overvloeit van melk en honing. Je proeft de vrijheid, het leven en de overvloed die God de mensen gunt. In elk goed verhaal zit, denk ik, een aspect van urgentie. Er is iets mis, het kan niet langer zo doorgaan!

In een goed verhaal blijft het niet bij het opsommen van de ellende en het roepen dat het zo niet langer kan (in de samenleving, met het klimaat, met al die vluchtelingen, noem maar op..). Een goed verhaal weerspiegelt het hart van de spreker. Wat hopen en verlangen we in deze ellende? Wat brengt ons verder en wat ga ik daar zélf aan doen?

De preken op zondag en de verhalen die we uitleven in de kerk en in de buurt vertellen we niet namens onszelf, gelukkig maar. Om geloofwaardig te zijn moeten ze zeker de goedheid en het ‘hart’ van God weerspiegelen; God die mensen ziet waar ze ook maar in vastzitten, verstrikt geraakt in foute structuren of fatale keuzes. Het moet anders, en God zelf staat daar voor in.

En nu jij

Dit goede verhaal heeft ook een moment van ‘en nu’. In de grondtaal staan die woorden er letterlijk. God ziet en hoort en gaat wat doen, en nu: ‘Ga jij naar de farao’. Mozes moet ook iets doen. En dat is een vreselijk moeilijke opdracht. Mozes’ eerste reactie is dan ook: ‘Wie ben ik?’ Het antwoord van God is om te onthouden: ‘Ik zal bij je zijn’. Dat is eigenlijk al de naam, waarmee Hij zich straks aan Mozes bekend gaat maken. Daar zit een grote geruststelling in. Het gaat er niet om wie jij bent, maar wie Ik ben, zegt God. Gods naam is een belofte: Ik zal er zijn. In een goed verhaal blijft de spreker geen rondjes draaien om zijn eigen plannen en ideeën; in een goed verhaal sticht je relatie en maak je mensen betrokken. Zo is dat in elk geval in Gods verhaal. God, die ons ziet en kent in ons gedoe en in alle nood, is ‘afgedaald’ om te bevrijden en blijft erbij. Hij bouwt midden onder ons aan het Koninkrijk dat Hij belooft. Wees niet verbaasd als je Hem naar jou hoort vragen.

En nu? En jij, doe je ook mee?

ds. Nellie van Voornveld