Tamelijk dom lijkt het mij om alles weg te geven wat je nodig hebt om van te leven. Dat is mijn eerste reactie bij het lezen van dit Bijbelverhaal. Want nu moeten anderen weer voor deze vrouw zorgen. Zo vertelde iemand mij ooit, met grote bewondering in zijn stem, over een gezin dat echt alles weggaf wat er aan salaris binnenkwam. Op mijn vraag: ‘maar waar leven ze dan van?’, was het antwoord: ‘van wat ze dan op hun beurt krijgen, zo zorgt God voor hen’.

Mijn ideaal is dat niet. Het lijkt me ook wat omslachtig. Omdat jij goede doelen steunt moet een ander jou weer steunen. Dus bij het verhaal van de arme weduwe die alles weggeeft bekruipt mij ook weer dat gevoel: is dat nou wel zo handig? Maar misschien lees ik het verkeerd. Laten we in de tekst duiken en proberen te bedenken waarom Jezus de leerlingen op deze vrouw wijst. Het gedeelte volgt op een passage waarin de Sadduceeën Hem hebben uitgedaagd met een soort strikvraag. De wetsgeleerden die het op dit punt niet met Jezus eens waren vonden zijn antwoord aan de Sadduceeën een goed antwoord. Zij krijgen vervolgens zelf een moeilijke vraag van Jezus over de Messias. Het antwoord wordt niet eens afgewacht want Jezus gaat verder:

Terwijl het hele volk het kon horen zei Jezus tegen zijn leerlingen: ‘pas op voor de wetsleraren! Zij lopen graag rond in deftige kleren. Ze willen beleefd gegroet worden op straat. Ze willen de beste plaatsen hebben in de synagoge. En ze willen de mooiste plaatsen krijgen bij een feestelijke maaltijd. Ze doen alsof ze uren aan het bidden zijn. Maar intussen pakken ze het bezit van weduwen af. God zal de wetsleraren extra streng straffen’. In de tempel keek Jezus naar de rijke mensen die geld in de geldkist deden. Hij zag ook een arme weduwe. Zij deed twee muntjes in de geldkist. Die waren bijna niets waard. Toen zei Jezus: ‘ Luister goed naar mijn woorden: die arme vrouw heeft het meest gegeven van allemaal. Want anderen gaven een deel van het geld dat ze overhadden. Maar die vrouw gaf geld dat ze niet kon missen. Al het geld dat ze had, geld waar ze van moest leven.’ Lucas 20: 45 -21: 4 (Bijbel in Gewone Taal)

Een waarschuwing voor wetsleraren die schijn-heilig zijn. En vervolgens dan de opmerkzaamheid van Jezus bij het geven van geld. In dit geval in de schatkist van de tempel. In deze beide stukjes prikt Jezus door de ‘buitenkant’ heen. Alsof Hij zeggen wil: laat je niet imponeren door uiterlijk vroom gedrag of door grote giften. Want misschien zijn het juist wel de anderen, zoals die arme weduwe met haar kleine gift, die het meer met hun hart doen. Jezus leert ons zo als het ware om ‘om tedenken’.

Wij moeten leren om de dingen anders te zien en te beoordelen; we moeten leren om niet af te gaan op wat we zien maar op dat wat echt is. Want God meet de werkelijkheid anders dan wij het doen. God ziet het hart aan. Ik mediteer nog even verder over het ‘geven’. Geven van je overvloed kan een zekere nonchalance inhouden. Je kunt het missen dus je geeft, het kost je niets dus denk je er ook niet lang over na. Het risico van ‘geven van je overvloed’ is vervolgens dat je niet echt betrokken bent bij wat je geeft. Een opdracht aan je bank is snel gegeven, kan heel zakelijk zijn. Laten we wel goed bedenken dat Jezus hier de rijke niet veroordeelt en de arme niet prijst. Geven is op zich altijd goed. En toch, als ik erover doordenk, die arme weduwe heeft niet onnadenkend kunnen geven; ze moet zich gerealiseerd hebben wat ze deed. En daarin zie ik dan wel iets moois. Betrokken zijn bij je eigen geefgedrag. Hoe betrokken ben ik zelf?

Heb ik mijn schuldgevoel over Syrië afgekocht met een maandelijkse bijdrage aan Kerk in Actie? Of blijf ik betrokken, bid ik voor het land en blijf ik er over lezen? Vind ik het wel een goed idee dat we ergens een adoptiekind steunen, of voel ik me bij haar betrokken en maakt ze een onderdeel uit van het gebed waarin in mijn eigen kinderen opdraag? Nu ik het verhaal van de arme weduwe goed tot me door laat dringen besef ik dat haar gift haar iets gekost heeft. Dat was bij de rijken niet zo. Wat ik meeneem uit dit verhaal is dan: een gift mag iets kosten, ook als je het makkelijk kunt missen, misschien zit de kostprijs dan in je aandacht en je gebed en je betrokkenheid voor zover dat mogelijk is.

ds. Dora Hoekstra