Iedereen die in deze dagen een stuk schrijft dat pas over een paar weken verschijnt, vraagt zich af hoe het dan zal vallen. Buiten zal het volop lente zijn, maar hoe is het binnen, met u, met ons? Al in de eerste dagen van afstand houden en thuis werken las ik het boek van René van Loon haast als een bericht uit een andere wereld. Onbekommerd toert hij door het land, overal betreedt hij kerkzalen vol mensen en plekken waar groot en klein samen eten, bidden en elkaar begroeten. Alleen al wat even niet meer kan, wekt bij mij nieuw enthousiasme voor wat we ‘normaal’ zijn gaan vinden: samenkomen, samen zingen, ons laten aansteken door het vuur van Gods liefde.

In dit stuk deel ik een paar van Van Loons indrukken en aanbevelingen, waarvan ik denk dat ze voor jou en voor onze gemeentes
inspirerend kunnen zijn. Tocht door de lente In het voorjaar van 2019 trekt ds. René van Loon het land door. Hij bezoekt nieuwe kerken, oude kerken met nieuwe bloei, pioniersplekken en gemeenten van nieuwe Nederlanders. In het boek ‘Lente in de kerk’ doet hij persoonlijk verslag van wat en wie hij op zijn weg is tegengekomen. Wie ds. Van Loon een beetje kent, raadt al dat hij dat op een enthousiaste en dankbare manier doet. Hij laat zich graag verrassen en is de eerste om al die verrassingente zien als tekens van
Gods trouw en van de Geest die werkt op ongedachte manieren. De kerk kan ‘winters’ aanvoelen, misschien ook wel bij jou: het
aantal kerkgangers neemt af, er is moeite om vacatures te vervullen, het is al lastig om je eigen kinderen ‘mee te nemen’ in dat geloofsverhaal dat jouzelf zoveel zegt. Dat ís ook moeilijk. Ook in de samenleving leeft breed het idee dat kerk en geloof definitief op hun retour zijn.

Graag stelt René van Loon daar zijn ervaringen tegenover, om verwondering en inspiratie te wekken. Op zijn tocht komt Van Loon op pioniersplekken, waar teams van gemeenteleden zijn gaan zoeken naar manieren om samen met buurtgenoten op een nieuwe manier geloof te vinden en te vieren. Een voorbeeld van zo’n plek, niet beschreven in het boek, is ‘Familiehuis Schollevaar’ bij ons in Capelle. Johan van der Klooster, als pionier aan dit project verbonden, geeft je in dit artikel een kijkje in de keuken van dit
Huis. Daarnaast ontdekt Van Loon ‘oude bomen vol bloesem’: stadskerken die vol zitten met oude en jonge mensen, zoekers en nieuwelingen.

Uit een eerder gedaan onderzoek  naar de ‘sleutels’ van zulk succes noemt Van Loon vijf factoren:

(1) inhoud; het evangelie van Jezus Christus staat centraal en wordt uitdagend, inspirerend en relevant gebracht;

(2) ruimte; mensen moeten ruimte voelen voor een eigen zoektocht; ook ‘ruimte’ voor verschuivingen in liturgie is belangrijk;

(3) gekend zijn;

(4) sfeer;

(5) inzet voor de omgeving: een kerk moet de liefde van God laten zien, anders zijn het maar holle woorden die klinken.

Uit zijn ontmoetingen met kleine en grote migrantenkerken trekt Van Loon weer andere lessen. De rol van gebed en aanbidding en van de sterke onderlinge relaties vallen daar op.

Voedingsbodem

Als het gaat over ‘sleutels’ en ‘lessen’ gaat het bij de meesten een beetje kriebelen. Kerk-zijn is niet maakbaar, en ‘succes’ rijmt denk ik niet op ‘Koninkrijk’. Maar ‘maakbaarheid’ is ook het laatste dat René van Loon bedoelt. Hij hoopt op kerken en gemeenschappen die de lente de ruimte geven. De tijd is er volgens hem rijp voor. In het hoofdstuk ‘Hoe vruchtbaar is de bodem’ geeft hij voorbeelden van populaire TV-programma’s en opiniebladen waaruit blijkt dat geloven in God voor mensen een optie wordt. Het gevoel van mensen ‘nergens bij te horen’ en ‘doorgeschoten vrijheid’ blijken daarbij een rol te spelen. Van Loon citeert bijvoorbeeld Yvonne Zonderop, die in haar boek ‘Ongelofelijk’ zegt: “De stemming in het land is niet: er is tekort aan vrijheid (…). Er is juist behoefte aan het tegendeel: aan betrokkenheid, aan begrenzing en geborgenheid.” Hier zien we, denk ik, een mooi voorbeeld van waar het evangelie ‘goed nieuws’ is voor mensen van vandaag. Jezus verzamelt mensen om zich heen en zet hen in de vrijheid (!) van een leven in liefde voor God en voor elkaar, in een gemeenschap van mensen die je zelf misschien niet zou hebben uitgekozen. Daar oefenen we ons in dienstbaarheid, in verzoening, in gebed, in hoop: al die dingen waarop de wereld wacht en die Gods Koninkrijk steeds weer verrassend zichtbaar maken.

Ten slotte een vraag aan onszelf: om ons heen kan er wellicht voedingsbodem zijn voor het evangelie, maar is het er bij ons ook? Misschien is het allemaal gewoon geworden. Weten we nog, wat we in huis hebben? Dat we het alleen met Gods onvoorwaardelijke liefde en zorg, met zijn aanraking in tijden van quarantaine en met de hoop op zijn Rijk gaan uithouden! Als we Jezus, de Levende, zelf herkennen en begroeten en als we het leven dat Hij geeft ook aan anderen gunnen, wordt het zeker lente.

ds. Nellie van Voornveld

N.a.v. René van Loon, Lente in de kerk. Impressie van nieuwe en hoopvolle bewegingen.