De Protestantse Kerk stuurt allang geen zendelingen met bijbels meer naar overzeese gebieden. Uitgezonden medewerkers werken nu binnen gelijkwaardige partnerrelaties. Gert Noort: ‘Het gaat om hoe we elkaar kunnen ondersteunen bij de uitdagingen waar we voor staan.’

Zending in het buitenland is redelijk ver uit beeld geraakt bij een deel van de plaatselijke gemeenten, denkt Gert Noort, terwijl de aandacht voor missionair werk in Nederland groeide. Noort, directeur van de Nederlandse Zendingsraad en bijzonder hoogleraar Protestantse en Evangelicale Missie aan de Theologische Universiteit Kampen: ‘Het idee leeft dat we ons meer bezig moeten houden met onze eigen missie dan met wat ver weg gebeurt. De kerkgangers kennen de zending vooral nog van de collectes voor missionair werk. Het is een ver-van-mijn-bedshow geworden.’

‘Het idee leeft dat we ons meer bezig moeten houden met onze eigen missie’ Dat was ooit anders.

‘Veel mensen kennen de zending van de zendingscollectes die in de hervormde traditie drie maal per jaar de aandacht richtten op zending ver weg. Dat was een belangrijk moment. De opbrengsten ervan financierden de zending. In het Zendingshuis in Oegstgeest, waar ik werkte, waren dat drukke tijden met grote mailingen en veel publiciteit. Scholen met de Bijbel zamelden geld in voor de zending, mensen spaarden zilverpapier. Zending hoorde erbij als je naar de kerk en naar een christelijke school ging. Veel zendingscommissies gingen langs de deur met de Missie-Zendingskalender, met verhalen en kunst van wereldwijd. In 2012 verscheen de laatste, het effect van fondsenwerving was verdwenen.’

We zien zending als iets van vroeger

‘Zending is onlosmakelijk verbonden met ons verleden als koloniale macht. Zendingswerk in Indonesië en Suriname kreeg vorm in het kielzog van VOC en handel. In Midden-Sulawesi, waar ik een aantal jaren heb gewerkt, begon de zending in 1892. Dat was op verzoek van het koloniaal bewind, om een dam op te werpen tegen de opkomende islam. Tegelijk had het ook een eigenstandige positie. Er was volop ruimte voor eigen initiatieven van zendingswerkers. Die waren soms behoorlijk kritisch op het beleid van het Nederlands-Indische bestuur. Met de dekolonisatie in de eerste helft van de vorige eeuw en de opkomst van nationalistische bewegingen groeide ook bij kerken overzee de wens zelfstandig te worden. Dat leidde tot een omslag in het denken over wat onze rol daar zou kunnen zijn. Zending overzee was niet langer de verantwoordelijkheid van kerken in het Westen. Kerken ter plaatse werden zelf verantwoordelijk. Daarmee verschoof de rol van westerse zending.
Vandaag de dag zijn christenen op Sulawesi heel zelfbewust over hun christelijk erfgoed. Zij kijken met eerbied naar de mensen die het evangelie gebracht hebben en plaatsen er hun eigen kanttekeningen bij. Maar zeg niet dat hun geloof het erfgoed is van een koloniaal verleden.’

Onze rol veranderde

‘We gingen ons meer richten op ondersteuning van het werk van de kerken daar. In 1947 werd de kerk in Sulawesi zelfstandig. Het proces van opbouw begon, de kerk groeide enorm. Nederland hielp bij de theologische opleidingen, bij de kadertraining voor predikanten en godsdienstleraren. Daarnaast was er bredere aandacht voor vakopleidingen voor jonge mensen, steun bij landbouwprojecten. Weer later groeide het opleidingsniveau zo, dat er geen westerse mensen meer nodig waren. Uitzending zoals dat vroeger plaatsvond, is nauwelijks nog aan de orde. In Midden-Sulawesi hebben na ons vertrek in 1995 geen andere Nederlandse zendingswerkers meer gezeten. In zekere zin zorgde de zending ervoor dat zij zichzelf overbodig maakte.’

‘Er ontstaan andere vormen van samenwerking’ Wat doen we nu?

‘Er ontstaan andere vormen van samenwerking. Het gaat nu meer om hoe we elkaar kunnen ondersteunen bij de uitdagingen waar we voor staan, zij daar en wij hier. Denk aan jongeren in de kerk. Vaak wordt gedacht dat kerken elders in de wereld volop bloeien en vol zitten met jongeren. Feit is dat zich ook daar jonge mensen losmaken van cultuur en traditie, en de overtuiging van hun ouders. Wij zijn daaraan gewend geraakt, zij veel minder. We kunnen samen zoeken naar nieuwe wegen.
Of denk aan de verhouding tussen christelijke gemeenschappen en moslims. Op Sulawesi waren er begin deze eeuw grote conflicten tussen christenen en moslims, waarbij honderden doden zijn gevallen. De kerk zocht toen naar wegen van verzoening. Daar kunnen wij van leren als hier in Nederland de kloof tussen bevolkingsgroepen groeit en verbinding ontbreekt.’

In moslimlanden liggen kerken onder vuur, soms letterlijk

‘Ook in dit opzicht is er binnen de Protestantse Kerk veel veranderd. Twintig jaar geleden was het niet zo gebruikelijk om te spreken over vervolging van christenen. Dat thema werd de evangelische hoek in geschoven. Nu zijn we ons veel meer bewust van de kwetsbare positie van christenen in andere landen. De lijn van Kerk in Actie hierin is duidelijk: als we spreken over vervolging van christenen, kunnen we niet zwijgen over de vervolging van andere minderheden. Waar christenen in de verdrukking zitten, zijn er ook plekken waar moslims, hindoes, joden, boeddhisten in de verdrukking zitten. Vervolging omwille van godsdienst overkomt niet alleen christenen.’

Waar wordt het geld van de zendingscollecte nu aan besteed?

‘Als mensen van ons naar overzee gaan, dan heten ze niet langer ‘zendingswerkers’ maar ‘uitgezonden medewerkers’. Het werk vindt plaats binnen gelijkwaardige partnerrelaties. Natuurlijk blijft er altijd een zekere ongelijkwaardigheid, bijvoorbeeld omdat wij doorgaans over meer geld beschikken dan onze partnerkerken.
Bij Kerk in Actie loopt een aantal programma’s over de communicatie van het evangelie. Daarbij gaat het om toegang tot de Bijbel en de christelijke traditie, theologische vorming, en ontwikkeling van theologie in de context van de eigen samenleving en cultuur. Een ander programma steunt projecten voor verzoening, in delen van de wereld waar onderlinge verhoudingen tussen religieuze gemeenschappen onder spanning staan. Dan gaat er geld naar partnerkerken en andere organisaties die hen in staat stellen om bij te kunnen dragen aan verzoening. Ik denk weer aan Midden-Sulawesi, waar lokale predikanten moslima’s en christenvrouwen, vaak slachtoffers van seksueel geweld, bij elkaar brengen.’

Bron: Magazine Protestantse kerk