Wat kunnen wij leren van de vroege christenen als het gaat om diaconaal aanwezig zijn? Het gaat niet goed met de kerken in Nederland. Ook voor sommige kerken in Capelle lijkt het soms moeilijk om de vertrouwde vorm van kerk-zijn in stand te houden. De mensen van de kerk worden steeds ouder en steeds minder mensen moeten al het werk doen in de gemeente. Iedereen kan begrijpen dat het dan wel erg zwaar wordt om de kerk overeind te houden. Daar komt nog bij dat de belangstelling voor de kerk in de samenleving steeds minder wordt.

Hoe moet het nou verder met de kerk? Hoe kunnen we het voor elkaar krijgen dat de kerk meer betekenis kan krijgen in de Capelse samenleving? En hoe kunnen we dat voor elkaar krijgen zonder dat een kleine groep mensen overvraagd wordt? Want zo is het nu: een kleine groep zeer getrouwe en toegewijde kerkleden verzet heel veel werk om de kerk schoon te houden, om de zondagse dienst te organiseren, senioren te bezoeken, de kerk te verhuren zodat er wat geld binnenkomt en noem al dat werk maar op.

Vroege kerk als diaconaal netwerk

In het christendom van de eerste eeuwen leefden de christenen in kleine groepjes bij elkaar in een stad of dorp. Zo’n groepje mensen ontmoette elkaar niet in een kerkgebouw, maar bij iemand die een huis had dat groot genoeg was voor de groep om bij elkaar te komen. En daar bespraken de christenen dan met elkaar hoe hun leven reilde en zeilde. Daar luisterden ze naar iemand die de brieven van Paulus een beetje kon uitleggen. Daar verdeelden ze ook het ingezamelde geld onder de mensen.

Een ander belangrijke bezigheid van de vroege christenen bestond in het meeleven met elkaar. Het leven in de eerste eeuwen van de jaartelling was niet altijd een pretje, de leefomstandigheden waren slecht voor de gewone mensen. Er waren geen voorzieningen voor mensen die in nood verkeerden. Er was veel onrust, op allerlei gebieden. Die dingen bespraken de christenen met elkaar en ze spraken af hoe ze elkaar konden bijstaan. Ze vormden een netwerk van meeleven en hulp. Christenen hadden geleerd uit de verhalen over Jezus en uit de brieven van Paulus en anderen dat het goed is om zo veel mogelijk voor elkaar te zorgen. Van die zorg voor elkaar hadden ze agendapunt nummer 1 gemaakt. Later zijn we die zorg ‘diaconie’ of ‘pastoraat’ gaan noemen. ‘Diaconie’ betekent eigenlijk eenvoudig ‘dienst’, aan elkaar en aan ieder die op je pad komt. Ik zal daarvan een indrukwekkend voorbeeld noemen uit de tijd van de eerste christenen.

Eerste christenen: nabijheid

Het machtige Romeinse Rijk is in de eerste eeuwen van onze jaartelling getroffen door twee epidemieën. De eerste brak uit in het jaar 165 en duurde vijftien jaar (waarschijnlijk pokken), de tweede in 260 en duurde twintig jaar (mazelen waarschijnlijk).

Tijdens die twee epidemieën stierf naar schatting een derde van de bevolking tijdens de eerste epidemie, en bij de tweede ongeveer ook een derde. De medische zorg van toen stelde nog maar heel weinig voor. Er zijn wel gedetailleerde beschrijvingen van die epidemieën, maar weinig informatie over hoe de mensen verzorgd werden.
Tijdens de eerste epidemie viel het op dat de niet-christenen uit wanhoop hun zieken van zich afzonderden, omdat ze niet wisten hoe ze hen moesten verzorgen, maar ook uit vrees om zelf ziek te worden. Het viel iedereen wel op dat het sterftecijfer onder de christenen behoorlijk lager was dan onder de niet-christenen. Uit de geschiedschrijving is gebleken, dat de eerste christenen elkaar tijdens de ziekte bleven verzorgen, ze liepen niet weg, ook niet van niet-christenen. Ze bleven erbij. Dat kostte wel velen van hen het leven. Alleen al door het eenvoudige ‘erbij blijven’ en elkaar eenvoudig helpen stierven in vergelijking met niet-christenen twee derde minder christenen. Tijdens de tweede epidemie herhaalde dit patroon zich. Het voor-elkaar-zorgen zat in het dagelijks systeem van de christenen, merken historici op. Dat hoefden ze niet voor het eerst te leren tijdens de epidemie. In de christelijke gemeenten van de eerste eeuwen bestond een hoge mate van meeleven met elkaar. Buiten de kring van de gelovigen bestond die zorgende samenhang nauwelijks. In vrijwel alle brieven uit het Nieuwe Testament en ook in geschriften uit de eerste eeuwen drongen de schrijvers er bij hun lezers op aan om met elkaar om te gaan zoals Jezus geleerd en voorgedaan had. (Bron: The Rise of Christianity, Rodney Stark, Harper).

Diaconaal netwerk in Capelle?

De eerste christenen vormden in de plaats waar ze woonden een diaconaal netwerk, waarin ze zich veilig voelden tegen onzekerheden van het toenmalige leven. Deze netwerk-vorm vertakte zich wijd door een woonplaats, omdat de niet-christenen met eigen ogen konden zien dat het leven in zo’n netwerk goed was. Misschien is deze diaconale kerk-vorm wel de motor geweest van de grote groei van het christendom.

Wat kunnen wij met het voorbeeld van het oud-christelijke diaconale netwerk? De meeste energie van de geloofsgemeenschap ging zitten in het praktisch met elkaar leven in soms moeilijke omstandigheden. De leefomstandigheden in Capelle anno 2020 zijn inmiddels ook zorgwekkend geworden door de crisis waar we nog midden in zitten. Wat zou er gebeuren in Capelle als we in de huidige onzekere omstandigheden zouden proberen om een eenvoudig diaconaal netwerk te vormen met elkaar? We hebben al een diaconaal platform, ook een soort netwerk, in Capelle.

Laten we een gedachten-experiment doen. Stel dat we onze energie niet langer zouden hoeven steken in ons kerkgebouw en de organisatie daar omheen? Stel dat we onze viering zouden hebben in een ruimte die groot genoeg is voor pakweg 100 mensen. En stel dat we in die viering elkaar zouden uitleggen hoe wij als gelovigen op basis van de navolging van Jezus de mensen in allerlei leefomstandigheden zouden kunnen ondersteunen? Stel dat we elkaar kunnen uitleggen hoe we elkaar en de mensen ‘buiten’ nabij kunnen zijn? Dat is wat de eerste christenen deden, als ik het goed begrijp. Zou het de moeite waard kunnen zijn om als de kans zich voordoet onze kerken om te bouwen tot een diaconaal netwerk zoals dat er was bij de eerste christenen?

Hoe kun je zo’n kerk als ‘veldhospitaal’* waar iedereen welkom is om getroost te worden organiseren? De hele wereld leeft momenteel in een crisis zonder weerga. Veel zekerheden – de kerk incluis – lijken ineens op losse schroeven te staan. Misschien dwingt deze situatie ons wel om allerlei dingen opnieuw uit te vinden. Misschien kunnen we ook als geloofsgemenschap nieuwe wegen inslaan. Misschien hebben we in deze situatie hulp nodig van een diaconaal werker om de toekomst op deze manier te verkennen. De aanwezigheid van het diaconaal platform in Capelle kan een positieve werking hebben op het proces.

Bart Starreveld,
wijkgemeente De Hoeksteen.

*de term: veldhospitaal wordt door de Paus Franciscus gebruikt voor de kerk.