Het is de laatste maanden best wel ‘behelpen’ als het om de kerkdiensten gaat. Maar gelukkig! We danken God. Door de techniek kunt u toch meeluisteren en meekijken.
Ouderen of zieken hadden er al langer ervaring mee. Maar ook zij geven vaak aan dat ze het liefst toch ‘lijfelijk’ de samenkomst zouden bijwonen. Om elkaar in de ogen te zien en zo te laten weten: ik denk aan je of ik bid voor je. We zijn immers huisgezin van God en ook al noemen we elkaar niet altijd zo, we zijn ‘in Christus’ zusters en broeders.

Op afstand contact hebben blijft onwennig. Geen hand geven, niet even een klop op de schouder of een gezellig ‘onderonsje’. Toen ik daar over nadacht zag ik Paulus voor me. Voor hem was het nog wel even wat heftiger. Zo komt hij vanwege zijn geloofsgetuigenis in de gevangenis terecht en door deze verplichte quarantaine moet hij sommige bezoekjes uitstellen. Hij schrijft dan brieven. In die tijd een belangrijk communicatiemiddel. Zo schrijft hij aan de gemeente te Filippi over zijn vurig verlangen om hen te ontmoeten.

Uit alles blijkt dat Paulus zich erg betrokken wist op de groei en bloei van de gemeenten met wie hij contacten onderhield. (zie ook Romeinen 1:11) Hij droeg ze ‘in zijn hart’ en zag er naar uit om ze te ontmoeten en met elkaar de Bijbel te openen. Hij blijft voor hen danken en bidden!

Dat bij Paulus te lezen is als een spiegel die me voorgehouden wordt. Hoe zit het met mijn verlangen naar ontmoeting? En hoe vormen we vandaag het Lichaam van Christus waarin we elkaar gegeven zijn tot opbouw? (Ef. 4:12) Lukt dat ook zonder ‘lijfelijk’ bij elkaar te komen en via alle andere vormen van contact? En houden we dat vol?
Wanneer je in deze coronatijd een geliefde een tijd lang niet kan zien, dan groeit het verlangen. En in de kerk is dat toch ergens ook zo. Een paar weken geen bezoek aan de kerk, nou ja… Dat zij zo! Maar nu het langer duurt? Of – en dat kan misschien ook – ontdek je tot je eigen verbazing dat je maar weinig ‘gemis’ ervaart. Dat zet je dan ook tot nadenken of zelfonderzoek. Aan de andere kant proef ik bij velen ook wel een groeiend verlangen. Het is vaak zo dat wanneer je eerst iets moet missen je het daarna extra leert waarderen.

En wat zo treffend is bij Paulus? Dat is het geheim van zijn verlangen. Hij verlangt met de innige gevoelens van Jezus Christus. Daarin gaat het om bewogenheid, om ontferming. Het is alsof Jezus zelf door Paulus heen verlangt.
En het is de Geest van Pinksteren die dat ook in ons wil doen. In deze tijd ontdekken we ook weer meer die bijzondere verbondenheid ‘in Christus.’ Uit het oog is niet uit het hart. En ook als we de komende tijd nog niet in groten getale kunnen samenkomen genieten we van hetgeen wel mogelijk is. En we zien uit naar de tijd dat we weer ‘onbevreesd’ elkaar ontmoeten. We zien zelfs uit naar die uiteindelijke dag van het grote bruiloftsmaal. De dag dat er massaal en luid gezongen wordt: ‘de redding komt van onze God die op de troon zit en van het Lam. (Openb. 7:10)

Ds. Nees Cluistra