De eerste periode kregen we als geestelijk verzorgers geen toestemming om op de corona- afdelingen te komen. Dat had vooral te maken met de grote schaarste aan beschermend materiaal. Toch kwam er gelukkig enige ruimte. Als geestelijk verzorger wil je graag iets brengen. Tijd en rust voor een aandachtig moment, een gesprek van hart tot hart, al is het soms met weinig woorden. Een gebed, om goede moed en nieuwe kracht, ook voor de collega’s, en voor de familie thuis. Samen luisteren naar een lied.

Een heel oude dame bleef me steeds bij, hoe ze met dichte ogen zachtjes mee fluisterde: ‘De Heer is mijn Herder.’ En daarmee bréng je dus niet alleen iets: je krijgt zelf ook iets méé. Onder andere dat de Heer ook op de corona-afdeling mensen moed kan influisteren.

Een andere mevrouw noemde zichzelf een bofferd. ‘Ik heb zúlke lieve kinderen (al kon ze die alleen via Skype spreken), en ik word zó goed verzorgd… Op tv zie ik ook wel eens arme vrouwen in de derde wereld die ziek zijn. Die zitten op zo’n mat. Dan mag ik toch niet klagen! Ja, ik ben een bofferd.’

Gelukkig is een deel van de mensen hersteld. Andere bewoners niet – en dat raakt je. Omdat de familie niet zo nabij kon zijn als ze graag hadden gewild. Omdat de verpleging heel veel rollen tegelijk moest vervullen. Dat deden ze met liefde en grote betrokkenheid. En tegelijk beseften ze dat dat niet echt kon. Je kúnt die lieve zoon, die betrokken vrouw niet vervangen.

Deze periode heeft heel veel gevraagd van de verpleegkundigen en verzorgenden. Ze werkten hard en veel, onder spanning vanwege de risico’s, met verdriet om de verliezen, velen werden zelf ziek.

Het vroeg ook heel veel van de familieleden. Buiten op de stoep sprak ik soms met hen, als ze kwamen zwaaien naar hun man achter het raam op de eerste verdieping. Ze kwamen de was halen bij de ingang, brachten puzzelboekjes en bloemen voor hun familie, en ook chocola voor het personeel.

Te midden van alle gemis, spanning en zorgen en ook onbegrip, zou je misschien kunnen zeggen: er waren ook engelen. Op de corona-afdeling en buiten op de stoep. Vaak hebben we gebeden dat God veel van zich laat merken. Dat de Heer door alle dichte deuren heen komt. Gelukkig doet Hij dat.

Ds. Hester van Briemen-Cammeraat,
geestelijk verzorger Crimpenersteyn (in coronatijd)