Mensen met een psychische kwetsbaarheid, thuis of in de kliniek, hebben uitgekeken om weer anderen te kunnen ontmoeten. We gaan langzaam naar een ontspanning, na een periode van verstandige opsluiting. De maatregelen tegen besmetting waren streng: geen bezoek in de kliniek; niet naar dagbesteding; contact met hulpverleners alleen telefonisch of via beeldbellen. Ik vraag me af: wat heeft mij, wat heeft u, in deze periode gedragen? Verhalen van mensen die ik ontmoet doen mij denken aan verhalen uit de bijbel.

Ik belde Victor aan het begin van de lockdown. Hij vond troost in de gedachte dat hij niet de enige was die thuis moest blijven. ‘Nu weten anderen ook hoe mijn dagen er altijd uitzien!’, zei hij. Arbeidsongeschikt vanwege een hersenletsel, brengt hij zijn dagen voornamelijk thuis door. Zijn oude vrienden zijn verdwenen. Met God worstelt hij over hoe zijn leven betekenisvol kan zijn. Misschien begrijpen mensen hem nu beter. Hij verlangt naar begrip en werkt hard aan zijn herstel, maar zijn leven wordt nooit meer als vroeger.

Petra zal deze tijd niet snel vergeten. De onbestemde angst voor besmetting werd de slinger die haar uit de bocht deed vliegen. Petra werd opgenomen in de kliniek, uitgeput van angst. Zij kon haar leven niet meer overeind houden. Als ik haar spreek ziet ze het leven niet meer zitten. ‘Knap als iemand mij enige zingeving kan geven!’, zegt ze.

‘Ik durf niet meer naar buiten!’, zegt Eva. ‘Maar wat doe je dan?’ vraag ik. ‘Ik maak het gezellig in huis, en de deuren naar het balkon gaan open.’ Ik word stil van de veerkracht van Eva. Haar werk bij de dagbesteding kan ze niet doen en haar maatjes kan ze niet spreken. Haar kleine wereld is nog kleiner geworden. Maar ze laat zich niet kisten! Twee weken geleden belde ze om te vertellen dat ze weer één dag naar de dagbesteding kan: ‘We gaan weer koffiedrinken en een beetje breien.’ Ik heb haar zelden zo opgelucht en blij gehoord.
Eva had een vitaal beroep, Victor was vitaal voor zijn kinderen die hij kon opvangen toen de scholen stillagen.

Petra herstelt voorzichtig: de medicatie tilt de sluier van angst en somberheid op en zij kan iets voor haar medepatiënten betekenen, telkens als ze hen moed inspreekt. Hun veerkracht en die van vele anderen houdt mij gaande en geeft moed.

Victor die er was voor zijn kinderen, Eva voor haar man en Petra – uit haar angst getild – voor medepatiënten, roepen bij mij verhalen op uit het evangelie. Ze raken mijn bestaansgrond. Victor doet me denken aan het verhaal van de vrienden die de lamme man voor Jezus brengen (Lucas 5:17-20). De ‘gedeelde smart’ van de lockdown geeft hem kracht om verder te gaan. Eva, blij om de voeding van de vriendschap te ervaren, doet mij denken aan de vrouw die bij Jezus voeding vindt voor haar ziel (Johannes 4:13-15). Petra, vrij van angst, is als de discipelen die Jezus troost en kalmeert (Marcus 4: 38-39). Zo roepen de verhalen van mensen bij mij de verhalen van God op. Dit houdt mij gaande en voedt mijn vertrouwen: God, met wie ik me verbonden weet; mijn gezin; geliefden en de verbondenheid met al die moedige vechters: patiënten, medewerkers in de zorg – ieder op zijn of haar plaats.

Wie en welke verhalen dragen u?

ds. Marijn Gilhuis,
geestelijk verzorger Antes