Waarom was de ballingschap er… en waarom nu al tweeduizend jaar? Wij kunnen deze vraag niet beantwoorden. Wat we wel weten is, dat juist in die lange eeuwen wij de God van Israël hebben leren kennen. Israël heeft onder ons gewoond. En God heeft al die tijd onder ons gewoond, want laten we niet vergeten dat God met Zijn volk is meegegaan.

We lezen in het Bijbelboek Ezechiël hoofdstuk 37 over het dal van de dorre doodsbeenderen en dat deze beenderen zich begeven naar Jeruzalem, op weg naar hun Koning. Deze inzameling is allereerst de taak van de Gezalfde des Heeren.

In Johannes 10 gaat Jezus in op dit hoofdstuk van de inzameling. Hij zal een einde maken aan de ballingschap en als een herder omzien naar de verstrooide schapen en zo de kudde van Israël thuisbrengen.

Maar in Zijn liefde laat Jezus ons geen toeschouwer. Hij schakelt hier ons ook in. In Jesaja 43: 6 staat ‘Breng Mijn zonen van verre en Mijn dochters van het einde der aarde’.

De terugkeer van Israël heeft alles te maken met de terugkeer van God naar Jeruzalem. Dit is het toekomstbeeld. God woont in Sion, Zijn Gezalfde regeert op de Troon van David met daaromheen de kinderen van Israël en daaromheen de volkeren. Dit alles om Hem te aanbidden en Zijn lof te verkondigen.

Bron Chr. voor Israël / Commissie Kerk en Israël