In deze corona-periode hebben velen van ons ineens vrije tijd, noodgedwongen. Maar, je kunt nergens naar toe! hoor ik verzuchten. Het is een tijd van gemis, we missen contact en bezigheid. En het bevalt ons niet. Het is een opgave er een zinvolle tijd van te maken. Het wordt zomaar: een ‘verveelde’ tijd en daarmee een ‘vervelende tijd’. Je kunt ook niet eindeloos je kasten opruimen, op een gegeven moment is het klaar. En dan?

Hoe voorkom je dat je in een neerwaartse spiraal terecht komt en kijkt naar de dingen die je mist en veel minder let op de dingen die er nog wel zijn? In dagblad Trouw zegt Wilfried de Jong: ‘ik denk niet dat het erg is dat we allemaal even pas op de plaats moeten maken. Want een beetje proeven aan de kunst van het niksen, een rondje fietsen en naar grutto’s kijken doet niemand kwaad.’ Dat hoor ik meer, dat mensen in deze tijd juist ook ontdekken wat er allemaal rondom ons in de natuur te zien is. En dat is mooi.

In Psalm 8 is een mens aan het woord die ook onder de indruk is van wat er in de natuur te zien is. Die prachtige sterrenhemel bijvoorbeeld, daarachter vermoed je een groot en machtig God, daaronder weet je je een klein en nietig mens. Ja wat stelt die kleine mens ook eigenlijk voor? Nu onze wereld op diverse fronten vastloopt is het goed weer je plaats te weten als mens. Als we onze nietigheid uit het oog verliezen, onze toegewezen plaats in het grote scheppingswerk van de Eeuwige, dan worden we zo makkelijk: grenzeloos.

Geen zee te hoog! Het is goed om onder de indrukwekkende sterrenhemel of wandelend door de natuur tot het inzicht te komen dat we uiteindelijk maar nietige stervelingen zijn. Wat we hebben opgebouwd, kan ook zomaar verdwenen zijn. Dat besef kleineert ons niet dat besef doet ons onze plek kennen. Die plek mogen we vervolgens ook innemen: vers 8 leest: U hebt hem bijna goddelijk gemaakt, hem gekroond met glans en glorie, hem toevertrouwd het werk van uw handen en alles aan zijn voeten gelegd.

Op de plaats die ons stervelingen is gegeven is er wel heel veel aan ons toevertrouwd: het hele dierenrijk heeft de psalmist hierbij op het oog. Misschien zijn we juist wel op ons best met het omgaan met de aarde wanneer we eerst erkennen dat we nietige stervelingen zijn onder die majestueuze sterrenhemel die de glorie van de Eeuwige weergeeft. Het zou een mooie houding zijn voor de omgang met alles wat ons is toevertrouwd.

Zou het nu kunnen helpen in deze vervelende tijd? Ondanks al het gemis hebben we ook nog veel waar we ons over kunnen verwonderen en sommigen hebben daar oog voor. Loop met onbevangen open ogen dan zie je veel moois. Moois dat je stil maakt en bescheiden. Wanneer je dan vervolgens kijkt naar alles wat je is toevertrouwd, dan groeit er misschien wel dankbaarheid. En dankbaarheid is een goede voedingsbodem voor gebed. En gebed is weer een goede voedingsbodem om blijvend dankbaar door het leven te gaan. Dat voedt elkaar dus. En voor je het weet ben je onder het juk van de coronatijd uit en loop je zachtjes te zingen.

En dan ben je dus echt: vrij! Vrij van sombere gedachten, vrij van het bedenken wat je allemaal mist. Wordt het ondanks alles toch nog een beetje: vakantie.

Ds. Dora Hoekstra