Op 27 september 2015 deed ds. J.C. Schuurman voor de 2e keer intrede in de Nieuwe Westerkerk hier in Capelle aan den IJssel. In oktober van dit jaar is het afscheid vanwege zijn emeritaat. Toen het besluit daarover genomen werd was er nog geen sprake van een coronacrisis.

Door het coronagebeuren is het afscheid anders dan we ons hadden voorgesteld. Ik had gehoopt tot het laatste toe intensief met gemeenteleden op te kunnen trekken. Door deze situatie zijn en blijven persoonlijke contacten beperkt, dat vind ik jammer. Toch zit er ook een andere kant aan. Misschien vreemd, maar ik ervaar het ook als een les dat het zo gaat. Je moet er zelf tussenuit. We kunnen onszelf zo belangrijk vinden, maar zijn we dat ook werkelijk? Die gedachte komt nu ook regelmatig bij mij boven.’

Was het predikantschap een roeping?
‘De keus om theologie te gaan studeren is gegroeid, het was niet vanzelfsprekend. Ik ben er in ieder geval niet aan begonnen omdat mijn vader predikant was. Ik heb thuis ook gezien hoe veeleisend dit werk is. Terugkijkend heb ik eigenlijk nooit serieus een andere studierichting overwogen. Wel heb ik geworsteld met de vraag of je zeker kon weten dat het roeping was. Daar kwam bij dat ik een spraakgebrek had, een extra hobbel om dominee te worden. Toch ben ik met de studie theologie begonnen en gaandeweg ging de deur naar het predikantschap open, mede doordat ik zeer geholpen was met een poosje logopedie. Vanwege mijn jonge leeftijd heb ik eerst als bijstand in het pastoraat in Amersfoort gewerkt. In 1980 ben ik in Zalk bevestigd. We zijn nog altijd dankbaar dat we daar mochten beginnen. Het was een kleine gemeente die beginnende dominees gewend was’.

Moeite en vreugde van het ambtswerk.
‘De grootste vreugde in het ambtswerk is voor mij het bezig zijn in de verkondiging van het Woord. Dat heeft in al die jaren de prioriteit gehad. Zorgvuldige voorbereiding kost veel tijd en vind ik belangrijk. Verder ging ik graag met jongeren om in de catechese. Het maakt me blij als er echt contact is rond de Bijbel en jongeren iets van zichzelf laten zien. Dat vraagt van jezelf dat je ook kwetsbaar durft te zijn.

Wat moeite gaf was de wekelijkse worsteling rond de overdracht van het evangelie. Hoe zeg ik de dingen, zodat ze overkomen als een boodschap voor vandaag? Hoe doe ik recht aan het spreken van God? Hoe kom ik bij de leefwereld van de hoorders? Natuurlijk is het ten diepste de Heilige Geest, Die mensen raakt en trekt. Maar je hebt als voorganger ook de verantwoordelijkheid om te doen wat in je vermogen ligt.

Zwaar vond ik ook de confrontatie met lastige en ingewikkelde pastorale situaties.

In de loop van de tijd ben ik steeds meer op de kern gericht geraakt. Zeker in het laatste decennium waarin de ontkerkelijking in een stroomversnelling is gekomen. Het kost me moeite om me bezig te houden met bijkomstigheden. Wat is echt wezenlijk om vandaag gemeente van de Heere Jezus Christus te zijn – dáárop ligt de focus. Verder heb ik geleerd om in de prediking meer te zoeken naar verbinding met het concrete leven. En de rol van mijn vrouw… die is bijzonder groot geweest. Met liefde heeft zij altijd meegedacht, ook kritisch. Dat ik het zoveel jaren heb mogen volhouden komt mede door haar inzet en steun. We zijn acht keer opnieuw in een gemeente begonnen, maar iedere keer deed zij dat vanuit een positieve houding, in het besef in díe gemeente op dát moment geroepen te zijn’.

Pastoraat of onderricht?
‘Mijn hart ligt bij allebei. Het doorgeven van het evangelie zie ik als mijn eerste roeping. Je leven is te kort om heel de rijkdom van de Bijbel te kunnen bevatten. Maar ook pastoraat doe ik met hart en ziel. Het is voor mij geen kwestie van óf het een (onderricht) óf het ander (pastoraat). Ik denk aan de klassieke uitdrukking herder en leraar zijn. Voor mij heeft de verkondiging ook een pastoraal aspect, terwijl tijdens een pastorale ontmoeting ook onderricht kan plaatsvinden doordat je samen zoekt hoe de Bijbel in een bepaalde situatie de weg wijst, troost biedt, of een ander perspectief opent.’

Predikant in een veranderende wereld.
‘Dat mensen mondiger zijn geworden ervaar ik niet als negatief, zolang er maar positief wordt meegedacht en de focus gericht is op de kern van het evangelie, op de roeping die de kerk heeft, en op de opbouw van de gemeente. Ook mondige mensen van nu worden in de Bijbel opgeroepen tot een dienende houding.
De grootste verandering die zich in mijn ambtsperiode heeft voltrokken, is wel dat veel kaders zijn weggevallen. Ooit had ik groepen van 30 á 40 belijdeniscatechisanten. Die tijd is voorbij. De plaats van de kerk in de samenleving is minder geworden. Het geeft verdriet en pijn als je mensen ziet afhaken. Toch is God ook in Nederland aan het werk. Soms mag je daar iets van merken en bemoedigende dingen zien.’

Eigen verandering?
‘Grote inhoudelijke veranderingen heb ik niet doorgemaakt. Ik weet mij van harte verbonden met het belijden van de kerk. Zo stel ik in leerdiensten nog altijd met overtuiging de Heidelberger Catechismus aan de orde, een verrassend actueel belijdenisgeschrift! Het hart van het evangelie blijft voor mij dat Jezus Christus het enige houvast in leven en in sterven is, omdat Hij als Verlosser Zijn leven aan het kruis heeft gegeven om onze zonden te verzoenen. Door het geloof in Hem is er hoop, uitzicht. De grondtoon van genade is door de jaren heen alleen maar verdiept.
Bepaalde aspecten van de Bijbel zijn wel meer voor mij gaan leven, zoals bijvoorbeeld de plaats van Israël in het plan van God, de veelkleurigheid van het werk van de Heilige Geest, de missionaire roeping van de kerk.’

De toekomst van kerk en wereld
‘Mijn hoop is op God (al is het door aanvechtingen heen). Het is Zijn kerk. Het coronagebeuren deed dit nog meer beseffen toen allerlei activiteiten niet door konden gaan. Maar wij zijn het niet die de gemeente in stand houden. Dat is – gelukkig! – Gods werk. Als de Allerhoogste regeert Hij ook over deze wereld, al is dat wel een belijdenis die dikwijls bestreden wordt.
Zorgwekkend vind ik de – toenemende? – tegenstellingen tussen mensen, zoals het racisme. Ik kan me ook zorgen maken over het geloofsleven in de kerk. Laten we God wel God zijn? Of willen we dat Hij beantwoordt aan onze wensen en verwachtingen? Gaat het ons om de levende verbondenheid met Christus als de Wijnstok? Alleen zo kunnen we vruchtdragende ranken zijn.’

Emeritaat, tijd voor…
‘Het zal best wennen zijn, en ook zoeken naar een nieuw levensritme. Eerst maar tot rust komen na al die intensieve jaren. We hopen meer tijd voor elkaar te hebben, ook om van de Veluwe te genieten (fietsen, wandelen). Ik heb niet direct hobby’s, maar ik heb nog wel enkele bestuursfuncties die aandacht en tijd vragen. Verder hoop ik regelmatig in diensten te blijven voorgaan.’

Voor de Protestantse gemeente te Capelle
‘Dankbaar ben ik voor de goede verhoudingen binnen de AK. Ik bewaar mooie herinneringen aan de contacten met collega’s. Hoewel verschillend hadden we vaak open gesprekken van hart tot hart rond de open Bijbel.
Wat ik zou willen meegeven? Zoek het inhoudelijke gesprek met elkaar, zoals tijdens ambtsdragersvergaderingen. Deel met elkaar wie Jezus Christus voor je is, wat het geloof in Hem betekent, en waartoe de kerk geroepen is.

Tenslotte: alle wijkgemeenten, collega’s en kerkenraden wens ik van harte Gods zegen toe en de leiding van de Heilige Geest. Dank voor alle contacten in de afgelopen vijf jaar.’

Interview door Dora Hoekstra