Vijf mensen die – maand in maand uit – buiten de gevangenis op Zestienhoven een viering houden om te protesteren tegen een inhumaan vreemdelingenbeleid. Ondernemers met lef, die kleding verkopen voor een prikkie, terwijl de huur gewoon moet worden betaald. Steeds weer als een van de zeven werken van barmhartigheid centraal stond (Matteus 25:34-40), kwamen we er achter dat er zoveel mensen zijn die zich belangeloos inzetten voor mensen in de knel. We zien deze mensen niet in talkshows, maar ze doen jaar in jaar uit goed werk voor mensen die het nodig hebben en daarmee voor Jezus zelf.

In zijn boek: Waar blijft de kerk?, beschrijft de katholieke theoloog Erik Borgman dat de kerk leeft van twee bloedsomlopen, net als het lichaam. Er is de binnenste bloedsomloop, van het hart en de longen; dat zijn volgens Borgman de kerkdiensten. En dan is er de tweede bloedsomloop, waarmee de ledematen van bloed worden voorzien en waardoor het lichaam kan bewegen; dat is hoe de kerk zich beweegt in de wereld.

Hiermee plaatst Borgman zich in een lange rij theologen sinds de Tweede Wereldoorlog die benadrukken dat de kerk niet alleen naar binnen gericht moet zijn, maar dat God juist ook buiten de kerk is te vinden. Als de kerk solidair is met de armen, de zieken, zij die hongeren en dorsten naar gerechtigheid: zij die een schuilplaats nodig hebben. Zoals Gods koninkrijk in de evangeliën juist gestalte krijgt wanneer onze Heer ontmoetingen heeft met zieken, blinden, armen of zij die gevangen zijn, kunnen we God ook nu op het spoor komen door de werken van barmhartigheid te gaan doen.

Sommige denkers en schrijvers zijn erg teleurgesteld geraakt in een kerk die wel viert en belijdt, maar waarbij de diaconale en missionaire roeping in hun ogen wordt veronachtzaamd. De Ierse denker Peter Rollins bijvoorbeeld maakt dit duidelijk aan de hand van een voorbeeld over de uitbuiting van kinderen. Als je zegt tegen uitbuiting van kinderen te zijn (en wie is dat niet), maar vervolgens wel een spijkerbroek koopt die door kinderarbeid tot stand is gekomen, wat is dan het meest waard? Wat je zegt, of wat je doet? Op dezelfde manier, zegt hij, kunnen we naar geloof kijken. Is geloven dat wat we denken en zeggen, of wat we doen?

Of denk, tenslotte, aan de Tsjechische priester Tomas Halik, die in zijn boek Raak de wonden aan naar Johannes 20:24-29 tot een nieuwe interpretatie komt van het verhaal waarbij de opgestane Heer Thomas uitnodigt zijn wonden aan te raken. Voor Halik is dit niet een berisping, maar een uitnodiging die ook naar ons uitgaat. Halik vraagt ons: ‘is Christus niet vooral daar te vinden waar de wonden zijn? En zijn die wonden niet vooral buiten de kerk te vinden?’

In die lijn doorgedacht wilden we samen op zoek gaan naar hoe geloof in denken en vieren meer in verbinding kan staan met wat we doen. Hoe kunnen we de binnenste en buitenste bloedsomloop beter met elkaar verbinden? Hoe is God ook buiten de kerk te vinden?

Met dit alles in het achterhoofd begonnen we vorig jaar in De Oosterkerk met het M25 project, genoemd naar Matteus 25 en de zeven werken van barmhartigheid. Iedere maand stond een ander werk centraal. Dat werd ingeleid met een themadienst op de eerste zondag van de maand, en later die maand hielden we een bijpassende activiteit. Dus werden voedselbankcliënten uitgenodigd zich met ons te mengen bij de maaltijd op de kerstmarkt om de hongerigen te eten te geven, schreven we kaarten voor Amnesty International voor hen die dorsten (naar gerechtigheid).

We gingen op bezoek bij de Reshare winkel in Rotterdam, waar men de naakten kleedt door hen voor een habbekrats ding te verkopen die wij gedachteloos in de groene containers in Capelle gooien. Bovendien is er wekelijks een kleermaker aanwezig om kleding te vermaken tegen een kleine vergoeding. Bij detentiecentrum Zestienhoven stond het opnemen van de vluchtelingen centraal en hoorden we onder andere het verhaal van een asielzoeker die al tientallen jaren geen duidelijkheid heeft gekregen over zijn status als vluchteling en zo als het ware in het vagevuur verblijft. Een van de vele mensen die klem zitten in ons vluchtelingensysteem. Het aanwezig zijn bij een anonieme uitvaart lukte helaas niet, en door corona moesten we het geheel voortijdig afbreken.

Toch was wat we hebben gedaan zeker niet vruchteloos. Steeds weer, vooral als we iets verder uit onze comfortzone gingen, ontmoetten we mensen met een groot hart en sterke principes. In hen leefde een droom van gerechtigheid die we bewonderden en we voelden ons met hen enorm snel verbonden. We merkten dat iets geven (zoals we in de kerk al gewend zijn) prima is, maar dat het juist de ontmoetingen waren die ons warm maakten. En vooral als we zelf ook open moesten staan voor wat we ontvingen. Een blaadje met een zelfgeschreven lied bij de wake, dat we meezongen. Het kopje koffie in de Reshare winkel: symbolen van situaties waarin wij te gast waren en ontvingen in plaats van dat wij de gevende partij waren. Dat is namelijk het risico met onze gebruikelijke manieren van collecteren of diaconaat: we zijn altijd degenen die geven, maar zijn ook wij niet afhankelijk van dat wat de Heer ons wil schenken?

Naderhand praatten we soms bij over wat we hadden beleefd, wat het met ons deed. We waren diep onder de indruk van het vaste groepje dat maandelijks voor het detentiecentrum staat. Ze hebben er begrip voor dat het niet eenvoudig is een rechtvaardig systeem te ontwerpen voor zoiets ingewikkelds als immigratie. Ze protesteren echter wel tegen de manier waarop mensen (met regelmaat ook minderjarigen) langdurig gevangen worden gezet in vreemdelingendetentie. Ze doen denken aan de weduwe uit Lucas 18 die om recht blijft vragen, ook al moet ze zo lang wachten. En in een Rotterdams café praatten we na over de Reshare winkel. In een omgeving die draait om commercie, de economie van materialisme en bezit, was er die winkel waar mensen voor bijna niets in het nieuw konden worden gestoken. Als getuige van Gods genade op een plaats waar het lijkt te draaien om het individu en de eigen rijkdom, werden mensen er aan herinnerd dat we allen het leven ontvangen uit Gods hand.

Zo hebben M25 en vooral de ontmoetingen ons dichter gebracht bij dat deel van Gods genade, dat ons er toe aanzet ontvangend in het leven te staan. Samen met al die onbekende bondgenoten die met ons zoeken naar en dromen van meer gerechtigheid en naastenliefde.

Ds. Ruben Schep