Op zondag 8 november sprak de scriba van de generale synode van de Protestantse Kerk in Nederland, ds. René de Reuver, tijdens de Kristallnachtherdenking
een verklaring uit over erkenning van schuld en verantwoordelijkheid. Buiten de voorbereidingsgroep was de tekst van deze verklaring nog bij niemand bekend. Wel een drietal citaten daaruit die vooraf al het nodige stof deden opwaaien. Er was verontwaardiging van mensen die zich afvroegen of men de inzet van mensen vergeten was die in de oorlog hun leven waagden om Joodse mensen te redden. Anderen twijfelden aan de zin van een verklaring als deze. Weer een ander kon het niet ver genoeg gaan omdat we in de kerk eeuwenlang
een ‘vervangingstheologie’ hebben aangehangen waarbij Joden gezien werden als de moordenaars van Jezus. Zo bood de kerk een voedingsbodem waarop antisemitisme kon groeien.

Hoe het begon.

Nadat premier Rutte op 26 januari bij de Auschwitzherdenking in het openbaar zijn excuus aanbood aan de Joodse gemeenschap voor het handelen van de overheid in de Tweede Wereldoorlog, kwam er binnen de PKN een beweging op gang om in dit bijzondere gedenkjaar iets soortgelijks te doen. De voorzitter van de Protestantse Raad voor Kerk en Israël nam hierin het voortouw. Over de inhoud van de verklaring is overleg geweest met diverse Joodse organen. Zij hebben kritisch meegedacht. Oorspronkelijk is het de bedoeling de verklaring uit te spreken op 20 april op Jom Hasjoa. Maar vanwege de lockdown gaat die gedenkdag niet door. Men vindt vervolgens 8 november, de herdenking van de Kristallnacht een passend moment. Ook nu de verklaring is uitgesproken zijn de kritische stemmen nog niet verstomd. Niet iedereen vindt dat er recht gedaan is aan het verzet dat in de oorlog
ook door kerken is getoond. Hoewel in de verklaring wel sprake is van dankbaarheid voor mensen die de moed hadden tot verzet. Ook van Joodse zijde klinken kritische geluiden. Rabbijn Lody van der Kamp twijfelt aan de waarde van de schuldbelijdenis. We kunnen volgens hem wel schuld bekennen over het feit dat de regering destijds Duits-Joodse vluchtelingen aan de grens terugstuurde, maar als je daarover schuld belijdt moet je het volgens hem ook hebben over hoe we nú met vluchtelingen omgaan.

Rabbijn Binyomin Jacobs stelt dat de kerken met hun schuldbelijdenis en erkenning een streep hebben gezet achter het verleden. Belangrijker vindt hij nu de gezamenlijke strijd tegen het antisemitisme. Huiswerk dus, zoals het zoeken naar hoe de vriendschap tussen Joden en Christenen werkelijk gestalte kan krijgen. Over hoe we het groeiend antisemitisme het hoofd kunnen bieden. En nadenken over wat we van het verleden geleerd hebben met het oog op de problemen van nu zoals inderdaad de vluchtelingproblematiek. Het lijkt mij een agenda die moet beginnen met de nederige erkenning dat er veel achterstallig werk ligt en dat ons als kerk zeker geen triomfalistische houding past. Deze verklaring, die hieronder wordt weergegeven, biedt daarvoor een goed uitgangspunt.

Deze korte inleiding daarop eindigt met een citaat van dr. Eeuwout Klootwijk, uit de begeleidende brochure bij de verklaring: Schuld bekennen is een pijnlijk proces met
consequenties.

Het erkennen van schuld is een begin van omkeer, verandering van gezindheid en gedrag (tesjoeva, metanoia). Vergeving moet je geschonken worden. Op grond van de Bijbel kun je zeggen dat gave en inzet samen op gaan. Je moet er tegelijkertijd iets voor doen: enerzijds het individuele en collectieve falen erkennen, en anderzijds bereid zijn en je inzetten om er iets tegenover te zetten.

Ds. Dora Hoekstra