Op1: het ging over corona en kerstdiner. Mag de familie komen? 2, 3, hoeveel? Ieder doet zijn zegje. Zegt iemand: Kerst is toch niet alleen eten? Het gaat om Jezus, zijn geboorte… Ja, ja, knikt ieder, maar tóch… Het deed me aan een strip denken: kerstboom; kribje; overvolle kamer. Maar langs een lakentje klautert een kindje het kribje uit en kruipt ervandoor, onopgemerkt.

Waar is er plaats?

Kerst, Jezus’ geboorte. Gods mensenliefde is verschenen! Daarom voedt Kerst altijd weer het verlangen naar goedheid in een wereld vol agressie, eenzaamheid, onverschilligheid. Maar Lucas zegt ook: geen plaats. Dat woord blijft haken, is zelfs essentieel. Vanwege dat geen plaats wordt Jezus gelegd in een kribbe en wordt juist dit tot téken, waar herders het kind moeten zoeken en aan kunnen herkennen. Wat wil Lucas ermee? Ons woord utopie komt uit dat Griekse ou topos. Het stelt ons de vraag: Waar is er plaats voor Hém?
Natuurlijk kun je denken, wie dat toén bepaalde. Augustus naar wie ieder zich moest schikken? Of die herbergier die nee zei? Of zit het nóg dichterbij? Moeten we niet gewoon (?) erkennen: zo zitten wij zelf in elkaar? We zijn niet slecht, alleen wel gesteld op onze privacy (alleen jammer voor die ander). Moet het hoge woord er niet uit? Geen plaats staat voor ons zélf, ons tekortschieten in daadwerkelijke liefde. Staat voor ons hart!

Daar gekomen waar geen plaats is

Welnu hier kwam Jezus ter wereld. Voor Jozef en Maria is geen plaats. Maar in hen voor Hém niet. Hij komt niet in glorie maar incognito. In hen klopt Hij aan onze herberg. Ontmoet ons niet op ons paasbest maar op ons kerst-nachts. Onze zonden zijn gewoonlijk geen grote misdaden. Maar is dit niet het punt, dat in ons denken én handelen ons eigen ik voorgaat? En wij in het appèl van de ander, niet Gods appèl op ons horen? Is het niet ons schuldig blijven aan liefde die Hij van ons vraagt? Is dat niet onze zonde?

Bij Hem is plaats voor ons

We vieren weer Kerst! Hoor weer het Verhaal. Inclusief dat lastige tegenwoord. Tegelijk, hoe vreugdevol is dit! Want juist dáár komt Hij en schept Hij ruimte. Deelt Hij ons bestaan ten volle. Opdat wij niet kunnen zeggen: God kent mij niet. Juist Hij kent het van binnenuit. Hij is Eén met ons geworden. Gods Zoon komt ter wereld in een stal. Hij voor Wie geen plaats was, bij Hém is plaats! Hij laat zich van de deur wijzen van onze herberg. Om ons te herbergen in zijn liefde. Geen plaats: hoe beschamend voor ons. Hoe troostrijk en blij word aangaande Hém. En Kerst verkondigt ons Hem!

Hij deelt onze nood, ook de diepste van onze zonde en dood. Als later de mensen roepen: weg met Hem, dan valt in dit geen plaats uit Lucas 2 al de schaduw van het Kruis over de kribbe. Maar het weerhoudt Hem niet om alle ruimte te hebben voor ons mensen: de royale liefde van God! En niets kan ons daarvan scheiden!

Bij ons toch plaats voor Hem?

Hoeveel ruimte is er met Kerst in deze coronatijd voor anderen? Wel, zie vóór alles de royale plek die uzelf van Hem mag ontvangen. Weet in zijn liefde uzelf bemind en geborgen. En wie daaruit leeft, weet ook ruimte te scheppen voor anderen. Al zou één ieder maar één ander te gast vragen, dan wordt dit al een gezegende Kerst!

Ds. Teun Vrolijk