Veel gebruiken, denkbeelden en feesten in de kerk zijn terug te voeren op het jodendom. Piet van Midden, protestants predikant en docent Hebreeuws aan de Tilburg University, legt uit hoe het zit met twee feesten van het licht: Chanoeka en Kerst.
Op de 25e van de joodse maand Kislev, ’s avonds, als het donker wordt, is het feest. Geen Sinterklaas met verantwoord gekleurde knechtjes, maar Chanoeka. Dat woord betekent ‘inwijding’, van de tempel nog wel.

Nieuwe bazen
Maar die tempel was toch allang ingewijd? Salomo had de eerste tempel gebouwd. Die is later veroverd en verwoest door de Babyloniërs. De Judeeërs waren afgevoerd in ballingschap, maar na vijftig jaar mochten ze weer naar huis. De nieuwe bazen, de Perzen, voerden een andere godsdienstpolitiek. Liberaler, zou dat in de huidige tijd heten.
Daarna kwam een nieuwe grootmacht, met als aanvoerder Alexander de Grote. Hij werd niet ouder dan 33, maar stichtte in die tijd een wereldrijk tot de rivier de Indus in (nu) Pakistan. In het spoor van Alexander kwam de Griekse – beter: hellenistische – wereld binnen. Ook bij de Joden die in Judea en elders rond de Middellandse Zee woonden.

Licht van binnenuit
Toen Alexander stierf, viel het rijk snel uit elkaar. Er ontstonden twee machtscentra, in Egypte en Syrië. En wie zaten er klem tussen die twee? De Joden in Judea. Vooral van de Syriërs hebben ze veel last gehad. Een van de Syrische koningen, Antiochus IV Epifanes, liet een altaar voor de Syrische Zeus plaatsen in de (nieuwe) tempel in Jeruzalem. Er werd een varken in de tempel geslacht en geofferd. Erger kon haast niet.

De woede leidde snel tot een opstand, onder leiding van de joodse priester Mattatias en diens zoon Judas. Ze werden eervol makabi genoemd, een woord dat je waarschijnlijk met ‘slaghamer’ moet vertalen. Ze zijn als de Makkabeeën de geschiedenis ingegaan, en heroverden land en tempel. Die laatste moest grondig worden gereinigd. Dat gold ook voor de menora, de lamp die in het heilige deel van de tempel staat. Dat deel heeft geen ramen: het is er aardedonker, tenzij de lamp brandt. Het licht komt van binnenuit, van God.

Koosjere olie
Alles moest opnieuw worden gewijd. Maar er was nauwelijks koosjere olie te vinden, niet meer dan een enkel kruikje. Toen gebeurde het wonder. De zoektocht naar en bereiding van koosjere olie duurde acht dagen, maar al die tijd bleef de lamp branden op dat ene kruikje! Dat is de achtergrond van het lichtfeest Chanoeka. In de tempel is God zelf het licht.

Het feest heeft een lichtvoetig karakter. Elk joods huishouden heeft een of meer Chanoekalampen, die acht lichtpunten hebben. Op de eerste dag wordt het eerste lichtpunt aangestoken, de dag erna volgt het tweede, en zo groeit het licht. De gebruikelijke lamp is een staaf met aan beide kanten vier armen, de menora chanoekia. Maar het kunnen ook acht waxinelichtjes of juist de meest excentrieke Chanoekalampen zijn. Als je maar weet waar Chanoeka voor staat: voor uitdijend licht.

Internationaal symbool
Chanoeka valt in de kersttijd, in de christelijke traditie ook de tijd van het licht van God. Joden en christenen vieren niet hetzelfde feest, maar gebruiken hier wel dezelfde symbolen. Licht is niet een symbool van joden of christenen alleen, het is internationaal.
Over en weer worden gebruiken weleens van elkaar ‘geleend’, zoals het geven van cadeautjes. Er zijn genoeg gezinnen die én een vorm van Kerst vieren met kaarsen en bomen én daarnaast het lichtfeest Chanoeka, met cadeautjes. Welk feest vier jij eigenlijk en wat heeft dat jou te zeggen? Denk daar maar eens over na.

(Overgenomen uit protestantsekerk.nl)