Opeens dient de dood zich in het leven aan. Bij jong en oud; bij rijk en arm; bij gelovig en ongelovig. Iedere keer opnieuw worden we opgeschrikt door berichten van dichtbij of van ver weg. Door het sterven van één persoon of door het omkomen van een groot aantal mensen tegelijk.

En dan? Velen hopen er het beste van. Gelovig of ongelovig. Niet zelden meent men dat de gestorvene daarboven nog wel glimlachend het een en ander gadeslaat. Geruststellende gedachte dat áls er echt meer is na dit leven, dat we dan uiteindelijk (bijna) allemaal naar boven gaan. Toch?
Dit levensgevoel staat echter haaks op de ontzaglijke werkelijkheid die ons in het Woord van de levende God is geopenbaard; een werkelijkheid die in het kruis en de opstanding van Jezus Christus hier op aarde tastbaar is geworden. De Heere Jezus spreekt ons over twee mogelijkheden. Binnen gaan óf buiten blijven. Een ‘aan tafel gaan in het Koninkrijk van God’ (vs. 29) óf ‘ een plaats van gejammer en tandengeknars’ (vs. 28). Eeuwig wel óf eeuwig wee.

Gelukzalig óf rampzalig. Eeuwig behouden óf eeuwig verloren. ‘Strijd om binnen te gaan…!’ Zó spreekt de Zaligmaker. Hij, Die in eigen persoon de ontzaglijke ernst van Gods oordeel heeft ondergaan. Strijden! Dat woord is niet mis te verstaan. En het doel van dat strijden is ook niet onduidelijk: ‘om binnen te gaan’. Waarbinnen? Het Koninkrijk van God (vs. 29). Waarom strijden om binnen te gaan? Daarop geeft de Heere Jezus Zelf het antwoord: ‘Want velen, zeg Ik u, zullen proberen binnen te gaan en het niet kunnen.’ Velen denken op eigen wijze ‘boven’ te komen. Buiten ‘de nauwe poort’ om. Buiten de gekruisigde Christus om. Buiten de enige Weg en de enige Deur om. Maar dat zal bij het sterven een fatale vergissing blijken te zijn. ‘De zaligheid is in geen ander, want er is onder de hemel geen andere Naam onder de mensen gegeven waardoor wij zalig moeten worden’ (Hand. 4:12). Sterven betekent God ontmoeten. Gedaagd worden voor de rechterstoel van Christus. Wat zal het zijn om dan te moeten horen: ‘Ik heb u nooit gekend, ga weg van Mij’ (Mat. 7:23). Genadetijd voorbij.

Op de brede weg loopt ieder mens van nature. Een weg die leidt naar het verderf. De smalle weg daarentegen voert naar het eeuwige leven. Die smalle weg wordt aan déze zijde van het graf bewandeld door allen die zijn ingegaan door de nauwe poort. Want alléén wie ingaat door de nauwe poort, die zal behouden worden.

Ingaan door de nauwe poort, wat betekent dat? Het is komen, zo berooid als je bent, tot de troon van Gods genade. Het is gaan, met al je schuld, zonde en gebrokenheid, tot de enige Heelmeester. Het is God onder ogen komen, nu in dit leven, als een goddeloze, die het hebben moet van genade alleen. Het is een opzien naar de Zaligmaker, Die om zondaren te redden, de hemel verliet. Het is een buigen bij het kruis, waar toorn genade ontmoet. Het is een vallen

in de armen van die God, die in Christus Jezus een genadig Vader is.

Beste lezer, laat u geen zand in de ogen strooien. Door kerk noch samenleving. Door dominee noch popartiest. Houd u aan het heldere woord van Jezus. Hij zegt: ‘Ik ben de Deur. Wie door Mij ingaat, die zal behouden worden’ (Joh. 10:9). Dé Deur: dat is Jezus Christus, en Die gekruisigd.

Voor u die dit leest, staat die poort nu nog open. Welke poort? De kruispoort. Haast u, spoed u om uws levens wil.

ds. J.J. ten Brinke